Zoekresultaten
70 resultaten gevonden met een lege zoekopdracht
- Pleasen
Waarom je steeds weer vervalt in pleasen (en hoe je daar écht doorheen breekt) Pleasen. Alleen het woord al kan een golf van herkenning oproepen. Misschien voel je het direct in je lijf, een lichte spanning in je buik, een schouder die zich optrekt, een stemmetje dat zegt, doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Pleasen is zo’n patroon dat zich diep in je systeem kan nestelen. Je past je aan, houdt rekening met iedereen behalve jezelf, en ondertussen voel je je leeg, moe of zelfs onzichtbaar. Je weet ergens wel dat het niet klopt, dat je jezelf verliest. Maar stoppen? Dat blijkt vaak lastiger dan je denkt. In deze blog neem ik je mee in waarom je steeds weer terugvalt in pleasen, waar het écht vandaan komt en, misschien nog belangrijker, hoe je daar doorheen breekt. Niet met een trucje, maar met echte, blijvende verandering. Als je jezelf herkent in pleasen Misschien herken je dit, je staat in de keuken, alweer bezig met het avondeten, terwijl je eigenlijk kapot bent van je werkdag. Je partner vraagt of je nog even snel iets kunt regelen voor morgen. Je zegt ja, natuurlijk. Want nee zeggen voelt als verraad. Ondertussen voel je de spanning in je lijf toenemen. Je hoofd draait overuren, heb ik het wel goed gedaan, is iedereen tevreden, heb ik niemand teleurgesteld? Je wilt het goed doen, voor iedereen. Maar voor jezelf? Daar kom je niet aan toe. Of je merkt dat je op je werk altijd degene bent die de gaten dichtloopt. Je collega’s weten je te vinden, je leidinggevende prijst je om je flexibiliteit. Maar diep vanbinnen knaagt er iets. Je voelt je niet gezien, niet gewaardeerd voor wie je bent, alleen voor wat je doet. En als je eerlijk bent, weet je dat je jezelf steeds weer wegcijfert. Pleasen is een tweede natuur geworden. En met jou zijn er zoveel mensen die zichzelf verliezen in het zorgen voor anderen, in het aanpassen, in het proberen te voldoen aan verwachtingen die misschien niet eens uitgesproken zijn. Waarom pleasen je uitput en gevangen houdt Pleasen lijkt op het eerste gezicht een onschuldige strategie. Je wilt harmonie, geen gedoe, iedereen tevreden houden. Maar de prijs is hoog. Je raakt jezelf kwijt. Je lijf begint te protesteren, hoofdpijn, een zeurende rug, een onbestemd gevoel van onrust. Je relaties voelen leeg of eenzijdig. Je werk geeft geen voldoening meer. En het gekke is, hoe harder je je best doet, hoe leger je je voelt. Je blijft maar geven, hopen dat het ooit genoeg is. Maar genoeg? Dat moment komt nooit. Het patroon van pleasen is als een vicieuze cirkel. Je past je aan, voelt je leeg, zoekt bevestiging, past je nog meer aan. Ondertussen groeit de afstand tot jezelf. Je weet niet meer wat je zelf wilt, wat je voelt, waar je behoefte aan hebt. Je leeft op automatische piloot, altijd gericht op de ander. En als je dan een keer probeert voor jezelf te kiezen, komt de schuld of schaamte direct om de hoek kijken. Wie ben ik om nee te zeggen, wat zullen ze wel niet denken? Dus ga je weer door. En met jou gaan er zoveel mensen door. Tot het niet meer gaat. Waarom het zo lastig is om te stoppen met pleasen Misschien heb je al van alles geprobeerd. Grenzen stellen, assertiviteitstraining, mindfulness, boeken gelezen over zelfliefde. Even werkt het. Je neemt je voor, vanaf nu ga ik het anders doen. Maar dan gebeurt er iets, een opmerking van je moeder, een boze blik van je partner, een collega die je nodig heeft, en voor je het weet zit je weer in het oude patroon. Pleasen. Je weet dat het niet klopt, maar het voelt alsof je geen keuze hebt. Dat is niet zo gek. Pleasen is geen bewuste keuze. Het is een overlevingsstrategie die vaak al in je vroege jeugd is ontstaan. Misschien was het thuis niet veilig om jezelf te zijn. Misschien voelde je haarfijn aan wat er van je verwacht werd, zonder dat iemand het hoefde te zeggen. Je leerde, als ik me aanpas, als ik voor anderen zorg, dan hoor ik erbij. Dan ben ik veilig. Dan word ik gezien. Het is een diep ingesleten patroon, vaak onbewust, soms zelfs overgenomen uit eerdere generaties. In families waarin harmonie belangrijk was, waarin emoties niet mochten, waarin er geheimen waren of pijn die niet werd uitgesproken. Pleasen is dan niet zomaar een gewoonte, maar een manier om te overleven. De onderstroom, oude pijn en familiepatronen Wat maakt pleasen zo hardnekkig? Het antwoord ligt vaak dieper dan je denkt. Onder het gedrag ligt een laag van onverwerkte emoties, van oude pijn die nooit gezien mocht worden. Misschien was er verdriet, angst, een gevoel van tekortschieten. Misschien voelde je je als kind verantwoordelijk voor het geluk van je ouders. Of was er een onuitgesproken verwachting dat jij het goed zou maken, dat jij de harmonie zou bewaren. En als je dat niet deed? Dan voelde je je schuldig, afgewezen, niet goed genoeg. Deze patronen zijn vaak niet alleen van jou. In familieopstellingen wordt zichtbaar hoe verstrikkingen en loyaliteiten zich van generatie op generatie kunnen herhalen. Misschien draag je iets wat niet van jou is. De pijn van een moeder die zichzelf altijd wegcijferde. De angst van een vader die nooit zijn emoties mocht tonen. Het patroon van pleasen is dan iets uit het verleden, iets wat al lang in het systeem aanwezig is. Je probeert het op te lossen, maar het is niet van jou. En zolang je dat niet ziet, blijf je in cirkels draaien. Pleasen als symptoom, niet als oorzaak Het is verleidelijk om te denken dat je gewoon moet leren nee zeggen. Dat je assertiever moet worden, je grenzen moet aangeven. Maar pleasen is niet het probleem. Het is een symptoom. Een uiting van iets wat dieper ligt. Zolang je alleen het gedrag probeert te veranderen, blijft de onderliggende pijn bestaan. Je kunt jezelf niet dwingen om te stoppen met pleasen, zolang je niet ziet waar het vandaan komt. En zolang je niet voelt wat eronder ligt, blijf je gevangen in het patroon. Wat gebeurt er als je het niet oplost? Misschien denk je, ach, zo erg is het toch niet? Maar als je blijft pleasen, als je jezelf blijft wegcijferen, gebeurt er iets. Je raakt steeds verder verwijderd van jezelf. Je lijf gaat signalen geven, vermoeidheid, spanning, misschien zelfs ziekte. Je relaties worden oppervlakkig of eenzijdig. Je werk voelt als een sleur. Je voelt je leeg, zonder richting, zonder vreugde. En het patroon herhaalt zich. Niet alleen bij jou, maar ook bij je kinderen. Wat niet gezien wordt, blijft zich herhalen. Tot iemand de moed heeft om het aan te kijken. Hoe kun je écht doorbreken met pleasen? De eerste stap is erkennen dat pleasen niet zomaar een slechte gewoonte is. Het is een diepgeworteld patroon, vaak verbonden met oude pijn en familiepatronen. Je hoeft jezelf niet te veroordelen. Je hoeft het niet alleen te doen. Wat helpt, is om met zachte aandacht te kijken naar wat er in jou leeft. Niet met je hoofd, maar met je hart. Wat voel je als je jezelf op de eerste plek zet? Welke angst, welk schuldgevoel, welke pijn komt er omhoog? Kun je erbij blijven, zonder het weg te duwen? Systemisch werk en familieopstellingen kunnen hierbij helpen. In een opstelling wordt zichtbaar waar je verstrikt bent geraakt, welke loyaliteiten je vasthouden, welke emoties nooit gezien mochten worden. Je leert voelen wat je eerder wegdrukte. Je ontdekt dat je niet verantwoordelijk bent voor het geluk van de ander. Je mag je plek innemen, zonder schuld, zonder aanpassing. Je hoeft niet meer te pleasen om erbij te horen. Je hoort er al bij. Gewoon omdat je er bent. Het proces van loslaten en thuiskomen Dit is geen quick fix. Het vraagt moed om eerlijk te kijken naar wat er in jou leeft. Om te voelen wat je eerder niet kon of durfde voelen. Maar het is de enige weg naar echte verandering. Je hoeft niet te vechten tegen het pleasen. Je hoeft het niet te overwinnen. Je mag het zien voor wat het is, een oude strategie die je ooit heeft geholpen, maar die nu niet meer nodig is. Je mag jezelf toestaan om te voelen, om te rouwen om wat er niet was, om te vieren wat er nu is. En dan, heel langzaam, verandert er iets. Je voelt meer rust. Meer helderheid. Je weet beter wat je wilt, wat je nodig hebt. Je durft keuzes te maken die kloppen voor jou. Je relaties worden gelijkwaardiger, echter. Je lijf ontspant. Je hoeft jezelf niet meer te verliezen om erbij te horen. Je leeft vanuit stevigheid, in verbinding met jezelf en de wereld om je heen. Niet perfect, wel echt. Pleasen loslaten, het begint met zien Zie je? Pleasen is niet zomaar iets wat je even afleert. Het is een uitnodiging om dieper te kijken. Om te ontdekken waar je jezelf bent kwijtgeraakt. Om te voelen wat er gevoeld wil worden. En om stap voor stap je eigen plek in te nemen. Niet omdat het moet, maar omdat het mag. Omdat jij het waard bent. Omdat het leven te mooi is om alleen maar te overleven. Wil je deze blog delen met iemand die zichzelf ook steeds verliest in pleasen? Stuur hem gerust door. Misschien is dit het begin van een nieuwe beweging. Voor jou. Voor je familie. Voor de generaties na jou.
- Je bent je denken niet
Je bent niet je denken Klinkt simpel, toch? Maar als je hoofd net zo’n kermis is als het mijne vroeger was, dan voelt het helemaal niet zo simpel. Wanneer gedachten als felle flitsen door je geest schieten en overtuigingen door je hoofd toeteren, is het lastig om afstand te nemen. Mijn hoofd was ooit een soort snelweg in de spits, file van gedachten, toeterende overtuigingen, af en toe een botsing met een oude angst. En ik maar proberen het verkeer te regelen, druk, druk, druk. En met mij ging het prima, hield ik mezelf voor. Tot ik op een dag op een meditatiekussen belandde. Niet omdat ik zo zen was, maar omdat ik op was en het niet meer wist. Adem in, adem uit, en daar was-ie weer: die vertrouwde stem die fluisterde: “Je doet het niet goed.” Stil of niet, mijn gedachten bleven maar doorrazen. Gedachten zijn als wolken aan de hemel Gedachten komen en gaan als wolken, ze drijven voorbij tegen de achtergrond van de altijd aanwezige hemel. In het Dzogchen-boeddhisme zeggen ze dat gedachten als wolken aan de hemel zijn, ze komen en gaan, terwijl jouw essentie de ruimte is tussen die wolken en niet de wolken zelf. Met andere woorden, jouw bewustzijn is als de uitgestrekte hemel waarin ervaringen verschijnen, terwijl gedachten slechts voorbijdrijvende fenomenen zijn. Dat idee klonk best mooi, maar eerlijk gezegd begreep ik het eerst niet echt. Als ik niet mijn denken ben, wie ben ik dan wel? Ik voelde me immers totaal vereenzelvigd met die wolken van gedachten en emoties, en het leek onmogelijk om me daarmee niet te identificeren. Als je niet je gedachten bent, wie ben je dan? Die vraag bleef knagen. Als ik niet mijn voortdurende stroom aan gedachten ben, wat blijft er dan van mij over? Bovendien, wat moest ik met al die hardnekkige gedachten die me vertelden dat ik niet goed genoeg was, dat ik harder mijn best moest doen, dat ik pas mocht ontspannen als alles onder controle was? Mijn reflex was om die gedachten te bevechten. Ik probeerde ze weg te duwen of juist eindeloos te analyseren in de hoop ze onschadelijk te maken. Maar hoe hard ik ook mijn best deed, het bleef druk in mijn hoofd. Gaandeweg leerde ik iets essentieels: ik hoef mijn gedachten niet te geloven. Het klinkt eenvoudig, maar het besef dat gedachten geen harde feiten zijn, was een doorbraak. Wat er in je hoofd opkomt, lijkt vaak waar, maar dat is het zelden. Gedachten zijn meestal verhalen, interpretaties of oude patronen, geen objectieve waarheid. Ik ontdekte dat ik het niet hoef op te lossen met mijn hoofd. In plaats daarvan mocht ik iets doen wat ik jarenlang had vermeden: voelen wat eronder zit. Onder al dat mentale geweld zaten gevoelens die aandacht vroegen, kwetsbaarheid, leegte, verdriet misschien. Dat erkennen voelde ongemakkelijk en eng, maar ook eerlijk. Het was alsof ik eindelijk stopte met rennen en stil ging staan bij wat ik werkelijk voelde. Toen ik de strijd in mijn hoofd losliet en simpelweg durfde te voelen wat er te voelen viel, ontstond er ruimte voor rust. Juist door die kwetsbare emoties toe te laten, zonder er meteen iets aan te moeten doen, begon de mallemolen in mijn hoofd langzamer te draaien. Non-dualiteit: het leven leeft jou Non-dualiteit, de filosofie die stelt dat er geen afgescheiden zelf bestaat, gaf mij hierbij een bevrijdend inzicht. Je bent namelijk niet los van het leven, er is geen jij die geheel apart staat en alles zelf moet controleren of fixen. Sterker nog, in de visie van non-dualiteit leeft het leven jou. Het idee dat jij als afzonderlijk individu voortdurend aan het stuur moet zitten, valt daarmee weg. Het leven gebeurt door jou heen, spontaan en vanzelf, net zoals ademhaling en groei vanzelf plaatsvinden. Wat betekent dit concreet? Dat je mag ontspannen in het besef dat je niet altijd hoeft in te grijpen of jezelf te verbeteren. Je mag zijn met wat er is, zelfs als bepaalde gevoelens oncomfortabel zijn of je hoofd blijft roepen dat het anders moet. Ik ben niet mijn denken. En jij ook niet. Met andere woorden, je hoeft niet te wachten tot je hoofd helemaal stil is om rust te mogen ervaren. Je hoeft niet te worden zoals je denkt dat het hoort. Je hoeft niet te vechten tegen jezelf. Het betekent niet dat je opgeeft. Het betekent dat je stopt met vechten tegen jezelf. Je bent al goed genoeg. Nu al. Wat kun je doen? Observeer je gedachten als wolken. In plaats van je te verliezen in elke gedachte, kun je proberen om ze te zien als voorbijdrijvende wolken aan de hemel. Merk op hoe een gedachte komt en weer gaat, zonder dat je er iets mee hoeft. Uiteindelijk ben jij de ruimte achter de wolken, de stille blauwe lucht waartegen ze verschijnen. Die ruimte, jouw bewustzijn, blijft onveranderlijk en ongeschonden, hoe donker de wolken ook worden. Voel wat er te voelen valt. Wanneer je merkt dat je blijft piekeren of vechten tegen terugkerende gedachten, onderzoek dan eens welke emotie eronder schuilt. Misschien voel je onrust, angst of verdriet. Geef jezelf toestemming om die gevoelens er te laten zijn, zonder oordeel of analyse. Durf alle inspanningen los te laten en simpelweg te voelen wat je voelt. Paradoxaal genoeg kalmeert je denken juist wanneer je je aandacht verlegt van je hoofd naar je hart. Herinner je dat je al compleet bent. Er is niets mis met jou dat eerst gerepareerd moet worden voordat je geluk of rust mag ervaren. Je ware aard, de stille aanwezigheid achter je gedachten, is van nature heel en compleet. Je hoeft jezelf dus niet te fixen. Sterker nog, je bent al thuis bij jezelf, ook als het soms even niet zo voelt. Je hoeft niet verder te komen dan dit moment. Dit is waar het gebeurt.
- Ergens tegen zijn
Re-ageren is vechten. Tegen de ander, tegen de situatie, tegen jezelf. Het lijkt daadkrachtig, alsof je ergens voor staat. Maar vaak is het oude pijn die spreekt. Een plek in jou die zich niet gezien voelt, die schrikt, verdedigt, of aanvalt voordat je zelf voelt wat er eigenlijk gebeurt. Aanwezig blijven is van een andere orde. Niet passief, maar helder. Niet naar buiten gericht, maar naar binnen. Voelen wat er geraakt wordt, zonder oordeel. Niet om het op te lossen, maar om het er volledig te laten zijn. En juist daar, in dat stille weten, ontstaat beweging. Niet als reflex, maar als keuze. Soms spreek je. Soms stel je een grens. Soms blijf je stil. Maar wat je doet, is niet meer ingegeven door verzet. Het komt van binnenuit. Aanwezig zijn betekent niet dat je niets doet. Het betekent dat je niet langer vecht met wat er is. En van daaruit…komt precies dat wat klopt. En dat is respons geven op een situatie. Niet vanuit je overlevings-of verdedigingsmechanisme maar vanuit je gezonde deel. Liefs! Son
- Reactie
Hoe je in 6 stappen de echte oorzaak van een reactie ontdekt (zonder jezelf te verliezen) Je kent het vast. Je zegt iets, gewoon, zoals je het bedoelt en ineens is daar een reactie van de ander die je totaal niet zag aankomen. Opeens is de sfeer anders. Iemand trekt zich terug, wordt boos, of kijkt je niet meer aan. Terwijl jij er écht niets mee bedoelde. Je snapt er niks van. Wat heb je nou weer verkeerd gedaan? Het is een van de meest verwarrende dingen in contact met anderen: die onverwachte reactie. Je denkt dat je duidelijk bent, vriendelijk zelfs, en toch gebeurt er iets. Iets wat je niet kunt plaatsen. En voor je het weet, zit je in je hoofd te malen. Wat heb ik gezegd? Had ik het anders moeten doen? Waarom reageert hij zo? En als je eerlijk bent voel je je misschien zelfs een beetje schuldig. Of boos. Of allebei. Het kan je behoorlijk onzeker maken. Je wilt het goed doen, je bedoelt het goed, en toch… die reactie. Het lijkt wel alsof je altijd op eieren moet lopen. Of je nu met je partner praat, je kind, een collega of je moeder, het gebeurt steeds opnieuw. En met jou ging het prima. Toch? In deze blog neem ik je mee in het onzichtbare spel van reactie en re-actie. Je krijgt zes stappen waarmee je niet alleen het gedrag van de ander beter gaat begrijpen, maar vooral ook jezelf. Want wat als die reactie eigenlijk veel minder over jou zegt dan je denkt? En wat als je, door anders te kijken, eindelijk uit die eindeloze herhaling kunt stappen? Het probleem: Waarom raakt de reactie van de ander je zo? Laten we eerlijk zijn. Het is niet alleen de reactie van de ander. Ook al sturen zij ook hun energie mee in hun reactie. Het is vooral wat het bij jou losmaakt. Die knoop in je maag. Dat gevoel van afwijzing. De twijfel: doe ik het wel goed? Ben ik te direct? Te afstandelijk? Te veel? Of juist te weinig? En voor je het weet, schiet je in een patroon. Je gaat uitleggen, verdedigen, of juist zwijgen. Je probeert het goed te maken, of je trekt je terug. Alles om die reactie van de ander te vermijden. Maar diep vanbinnen blijft het knagen. Waarom gebeurt dit steeds? Waarom raakt het me zo? Het gekke is: de meeste mensen denken dat het aan henzelf ligt. Dat ze iets verkeerd hebben gedaan. Maar wat als het niet zo simpel is? Wat als er onder die reactie van de ander en onder jouw eigen gevoel, iets veel groters schuilgaat? Iets wat je niet met je hoofd kunt oplossen? Het proces: In 6 stappen naar helderheid over elke reactie Stap 1: Stoppen met re-ageren Klinkt simpel. Maar is het niet. Want voor je het weet, zit je alweer in de verdediging. Of je probeert het uit te leggen. Of je schiet in de aanval. Alles om maar niet te voelen wat er gebeurt. Maar precies daar zit de sleutel. Een voorbeeld. Je partner zegt ineens: “Je luistert nooit naar me.” Bam. Je voelt de irritatie opkomen. Je wilt meteen reageren: “Dat is niet waar! Ik luister altijd!” Maar als je eerlijk bent, voel je ook iets anders. Een steek. Verdriet misschien. Of schaamte. De kunst is om even niets te doen. Niet meteen terug te schieten. Niet te re-ageren. Gewoon even zijn met wat er gebeurt. Ook als het ongemakkelijk is. Stap 2: Adem in en uit Klinkt als een open deur. Maar probeer het maar eens. Voel je hartslag. Voel je adem. Merk op wat er in je lijf gebeurt. Vaak schiet je adem omhoog, wordt je keel droog, spannen je schouders zich aan. Je lijf reageert sneller dan je hoofd. Door bewust te ademen, geef je jezelf een pauze. Een mini-moment van ruimte. Je hoeft nog niets op te lossen. Alleen maar voelen: hé, er gebeurt iets. In mij. Niet in de ander. In mij. Stap 3: Tel ouderwets tot 10 Ja, echt. Het klinkt suf, maar het werkt. Door even te wachten, geef je je systeem de tijd om uit de automatische piloot te stappen. Je hoeft niet meteen te reageren. Je mag even niks doen. Even niet weten. Even niet oplossen. Voorbeeld: Je collega reageert kortaf op je voorstel. Je voelt de neiging om het meteen te verdedigen. Maar je telt tot tien. Je merkt dat de eerste golf van irritatie alweer zakt. Misschien voel je daarna verdriet. Of teleurstelling. Of gewoon verwarring. Het punt is: door te wachten, geef je jezelf de kans om te voelen wat er echt speelt. In plaats van meteen te schieten in een reactie die je later misschien betreurt. Stap 4: Neem zelfs fysiek een stap terug Letterlijk. Zet een stap achteruit. Of ga even zitten. Of loop naar het raam. Door fysiek afstand te nemen, haal je jezelf uit de situatie. Je geeft jezelf ruimte om te observeren. Wat gebeurt er eigenlijk? Wat voel ik nu? Waar voel ik het in mijn lijf? Dit klinkt misschien gek, maar het werkt echt. Je breekt het patroon van automatische reactie. Je wordt toeschouwer van je eigen gevoel. En dat is precies wat nodig is om niet in oude patronen te blijven hangen. Stap 5: Wees verantwoordelijk voor wat je zelf voelt Dit is misschien wel de moeilijkste stap. Want alles in je roept: het ligt aan de ander! Als hij niet zo zou doen, dan… Maar eerlijk is eerlijk: wat je voelt, is van jou. Ook als het getriggerd wordt door de ander. Juist dan. Voorbeeld: Je kind negeert je als je iets vraagt. Je voelt je afgewezen. Boos zelfs. Maar als je eerlijk kijkt, ken je dat gevoel misschien al veel langer. Misschien voel je je al sinds je kindertijd niet gehoord. Niet gezien. En nu wordt dat oude gevoel weer aangeraakt. Het vraagt moed om dat toe te geven. Om te zeggen: dit gevoel is van mij. Het is oud. Het hoort bij mij. De ander triggert het alleen maar. En dat is niet fijn, maar wel eerlijk. Stap 6: Onderzoek waar je nog (onbewust) belang hebt bij de reactie Dit is de stap waar het spannend wordt. Want waarom raakt het je eigenlijk zo? Wat is het belang van die reactie? Misschien wil je gezien worden. Of gehoord. Of bevestigd. Misschien hoop je, diep vanbinnen, dat de ander je eindelijk geeft wat je vroeger hebt gemist. Het kan pijnlijk zijn om dat te ontdekken. Maar het is ook bevrijdend. Want als je ziet waar je nog iets zoekt bij de ander, kun je het terugnemen naar jezelf. Je hoeft niet meer te wachten tot de ander verandert. Je mag zelf kiezen hoe je omgaat met wat je voelt. Voorbeeld: Je partner reageert afstandelijk als jij je kwetsbaar opstelt. Je voelt je afgewezen. Maar als je eerlijk bent, hoopte je dat hij je zou troosten. Dat hij je zou zien. Door te zien waar je nog iets zoekt bij de ander, kun je dat verlangen terugnemen. En jezelf geven wat je nodig hebt. Do’s en don’ts bij omgaan met een reactie Do: Blijf bij jezelf. Voel wat er gebeurt, zonder het meteen te willen oplossen. Geef jezelf ruimte om te ademen, te voelen, te wachten. Do: Wees eerlijk over wat je raakt. Niet om jezelf te veroordelen, maar om te begrijpen waar het vandaan komt. Alles wat je voelt, heeft een oorsprong. Vaak veel ouder dan het moment zelf. Don’t: Ga niet meteen in de verdediging. Uitleggen, goedpraten, aanvallen – het helpt niet. Het maakt het alleen maar ingewikkelder. Don’t: Geef de ander niet de schuld van jouw gevoel. Ja, de ander triggert iets. Maar wat er geraakt wordt, is van jou. Daar ligt je kracht. En je vrijheid. Tip voor gevorderden: Durf te benoemen wat er gebeurt. Niet als verwijt, maar als observatie. “Ik merk dat ik geraakt ben door wat je zegt. Ik voel me even uit het veld geslagen.” Door zo te spreken, nodig je de ander uit om ook eerlijk te zijn. Zonder oordeel. Zonder strijd. Wast niet werkt: Denken dat je het allemaal met je hoofd kunt oplossen. Dat je het snapt, en dat het dan over is. Maar gevoelens laten zich niet wegdenken. Ze willen gevoeld worden. Pas dan kan er iets veranderen. Wat je niet voelt, neem je toch mee Dit is misschien wel de belangrijkste les. Alles wat je niet voelt, neem je toch mee. In je woorden. In de manier waarop je kijkt. In hoe je de kamer binnenkomt. Je kunt het niet achterlaten, hoe goed je dat ook probeert. Wat niet gevoeld wordt, blijft zich hechten. Aan je stem. Aan je houding. Aan je energie. En zonder dat je het doorhebt, reageert de ander daarop. Een kind dat zich ineens terugtrekt. Een cliënt die over z’n woorden struikelt. Een partner die je niet meer echt aankijkt. Ze reageren niet op wat je zegt, maar op wat je uitstraalt. Op wat je zelf nog niet kon dragen. We brengen allemaal lagen mee. Oude pijn, onuitgesproken verdriet, angst die te groot voelde om te voelen. En als we die niet aankijken, dan zoekt het zijn weg via de ander. Niet uit kwade wil, maar omdat zo’n veld nu eenmaal werkt. Soms merkt niemand het. Soms wordt het verward met ‘gedoe’, ‘ruzie’ of ‘afstand’. En soms voelt iemand het haarscherp. Zonder oordeel, maar kraakhelder. En wordt het zichtbaar. Zodat het terug kan naar jou. Niet als verwijt, maar als uitnodiging. Om stil te worden. Om te voelen wat er al die tijd al meekwam. En misschien, om het eindelijk te dragen. Dus de volgende keer dat je schrikt van een reactie, probeer dan deze stappen. Niet om het perfect te doen. Maar om jezelf niet langer te verliezen in het verhaal van de ander. Om te ontdekken wat er in jou leeft. En om te kiezen voor verbinding, met jezelf, en van daaruit met de ander.
- Ben jij trouw aan jezelf?
Weet jij wanneer je écht doet wat je wilt wanneer je voor een keuze staat? Vanuit je intuïtie? Omdat dat is wat het leven van je vraagt? Of houd je rekening met anderen en met wat sociaal wenselijk is? Omdat je meegaat met wat gebruikelijk is in je familie, je vriendengroep, je werk. Want stel je voor dat je er dan uit ligt, commentaar krijgt of afgewezen wordt. De vreemde eend in de bijt zeg maar. ….pfff dat willen we meestal niet. Dat voelt niet fijn. En ik zeg niet dat je geen rekening met anderen moet houden maar wanneer het ingaat tegen wat goed voor jou is lijkt het me niet handig. Dus doen we aan ruilhandel en verloochenen we onszelf. We zeggen dan ja terwijl we diep van binnen nee voelen. Of andersom. En dat alles om een goed gevoel over onszelf te krijgen. We hopen dan dat de ander ons waardeert. We zoeken naar erkenning, bevestiging, acceptatie, waardering e.d. buiten onszelf. We maken onszelf afhankelijk van wat anderen van ons ons vinden en sterker nog, we vullen ook in en denken te weten wat anderen van ons vinden. We maken een plaatje over hoe we moeten zijn. En dan leven we dáár naar in plaats van te luisteren naar je Zelf. En weet je, eigenlijk weten we dit dondersgoed wanneer we onszelf verloochenen. Dat geeft altijd een wrange bijsmaak en een slecht gevoel over jezelf. Je eigenwaarde daalt dan. Dus kijk eens goed naar binnen en weet je zeker dat je eerlijk naar jezelf bent? Want het is best spannend om écht bij jezelf te blijven en jouw eigen unieke pad te bewandelen. Er kunnen dan allerlei gevoelens omhoogkomen die je al jaren probeert af te wijzen, te omzeilen of te onderdrukken. En dan kun je je afvragen, wie wijst wie af… 😉
- Bemoeial
“Jemig mam, wat ben jij een bemoeial!” zei mijn oudste zoon Bas net iets te fel en te hard. Beng! Die kwam binnen. We zaten met familie aan tafel en Bas zat te kletsen met Hans, mijn man. Bas zijn jongste dochter van nog geen jaar had honger en jengelde om een hapje eten. In een reflex buig ik voor Bas langs en geef haar een hapje van een bordje met pasta. “Ik kan haar zelf wel eten geven hoor”, zei Bas ook nog met een afkeurende blik. Ik voelde tranen opkomen. Vroeger zou ik onmiddellijk iets gezegd hebben in de trant van; “Zeg, hou eens even je grote mond! Je moet je aandacht bij je kind houden in plaats van te kletsen”. Maar ik had gelukkig ondertussen al geleerd om niets te zeggen en het nare gevoel toe te laten. Een bemoeial, dat ben ik toch niet… een beeld van vroeger flitste door me heen. Ik zei hetzelfde tegen mijn moeder toen ze bezorgd vroeg of het wel goed ging met mijn jongste dochter… Ik had een hekel aan dat bemoeizuchtige gedrag. Laat me met rust! En nu krijg ik hem zelf voor m’n kiezen. Ik zag ineens dat ik heel erg mijn best had gedaan om niet zoals mijn moeder te zijn. Dus werd ik de bemoeial. Sterker nog, ik wist het zelfs beter. De betweter. “Zie je wel, dat zei ik je toch”, hoorde je me regelmatig tegen iemand zeggen. Het schaamrood gleed over mijn wangen samen met de tranen en dat allemaal in luttele ogenblikken. Ik besefte dat ik ben een bemoeial ben én altijd gelijk heb. Sterker nog, ik heb er mijn werk van gemaakt! Ik deed zo mijn best om dit alles níet te zijn! Ik zag tot dat moment niet in, dat ik het alláng was. Het is pijnlijk om een bemoeial te zijn. Dat hoort niet zo. Ik had het gevoel erover afgewezen in mezelf en op dat moment werd het pijnlijke gevoel in alle hevigheid getriggerd. Omdat het er altijd al was. Speciaal voor mij. Aan tafel werd het even pijnlijk stil maar ik bleef alleen maar naar m’n bord kijken tijdens deze realisatie. Mooi woord ook trouwens, realisatie, dat wat reëel is onder ogen komen. Na het eten begon ik met afruimen en ik had nog steeds niets gezegd. En toen zei Bas, “Sorry mam, sorry dat ik je uitmaakt voor bemoeial. Ik ben er zelf ook één”. Ik kijk hem aan en tegelijkertijd schieten in de lach. Wat een bevrijding!
- Ontdek hoe Overgave aan Niets je Leven Verandert
Er zijn van die momenten waarop alles stilvalt. Je zit op de bank, de kinderen zijn naar school, je telefoon zwijgt eindelijk, en ineens is er… niets. Geen prikkels, geen taken, geen afleiding. Alleen een soort leegte die zich uitstrekt als een mist in je borst. Overgave aan dat niets? Makkelijker gezegd dan gedaan. Misschien herken je het. Dat gevoel dat je altijd iets moet doen, iets moet zijn, iets moet oplossen. Dat je hoofd nooit stil is, zelfs niet als je lichaam eindelijk rust heeft gevonden. Je blijft zoeken naar betekenis, naar houvast, naar een reden om te bestaan. Maar diep vanbinnen knaagt er iets. Een leegte die je liever negeert. Of wegdrukt met Netflix, to-do-lijstjes, of een extra rondje hardlopen. Want als je stopt met rennen, wat blijft er dan over? In deze blog neem ik je mee in het proces van overgave aan het niets. Niet als trucje, niet als quick fix, maar als een uitnodiging om te ontdekken wat er gebeurt als je niet meer vecht tegen de leegte. Als je niet langer probeert te ontsnappen, maar je juist opent voor wat er is. Zelfs – of misschien juist – als dat niets is. Het probleem: Innerlijk onrust vermijden. Ik weet nog goed hoe ik vroeger alles deed om dat gevoel van leegte te vermijden. Mijn dagen waren volgepland, mijn hoofd nog voller. Als ik even stilviel, voelde ik een soort onbestemde angst opkomen. Alsof ik in een zwart gat zou vallen als ik niet bleef bewegen. Overgave? Vergeet het maar. Ik hield liever de controle. Want stel je voor dat ik zou ontdekken dat er, onder al die lagen van presteren en zorgen, eigenlijk niets was. En toch… hoe harder ik probeerde te vullen, hoe leger ik me voelde. Herken je dat? Je werkt hard, je zorgt voor anderen, je doet je best om alles op orde te houden. Maar er blijft iets ontbreken. Een gevoel van niet-thuis-zijn. Alsof je altijd net buiten jezelf leeft. Je kunt het niet pakken, niet benoemen, maar het is er wel. Die leegte. Dat niets. Het gekke is: hoe meer je je best doet om het te vermijden, hoe groter het lijkt te worden. Je raakt verstrikt in patronen van pleasen, controleren, analyseren. Je probeert jezelf te bewijzen, of juist onzichtbaar te maken. Maar wat je ook doet, het gevoel van leegte blijft. Alsof je een bodemloze put probeert te vullen met zand dat tussen je vingers wegglipt. Wat gebeurt er als je het probleem niet oplost? Als je blijft vechten tegen het niets, raak je steeds verder verwijderd van jezelf. Je leeft op de automatische piloot, altijd op zoek naar de volgende afleiding. Je relaties worden oppervlakkig, je werk voelt leeg, je lijf begint te protesteren. Misschien krijg je last van onrust, slapeloosheid, vage klachten. Of je merkt dat je steeds minder zin hebt in de dingen die je vroeger leuk vond. En ondertussen groeit de angst. Angst om stil te vallen. Angst om te voelen wat er onder de oppervlakte leeft. Angst om te ontdekken dat je misschien niet bent wie je dacht te moeten zijn. Je blijft rennen, blijven zoeken, blijven vechten. Maar waartegen eigenlijk? Waarom is het zo lastig om je over te geven aan het niets? Ik heb jarenlang gedacht dat het aan mij lag. Dat ik gewoon niet goed genoeg was in ontspannen, in loslaten, in overgave. Maar inmiddels weet ik: het is niet zo gek dat we massaal bang zijn voor het niets. We leven in een wereld die draait om presteren, om zichtbaar zijn, om betekenis geven aan alles wat we doen. Stilte en leegte worden gezien als iets wat je moet vermijden. Als een teken van falen, van niet-meedoen, van niet genoeg zijn. En dus vullen we de leegte met alles wat we kunnen vinden. Werk, relaties, spullen, kennis, spiritualiteit zelfs. We zoeken naar methodes, naar stappenplannen, naar manieren om de leegte te temmen. Maar het werkt niet. Niet echt. Want elke poging om het niets te controleren, maakt het alleen maar groter. Je blijft gevangen in de illusie dat je iets moet worden, iets moet bereiken, voordat je mag rusten in wie je bent. De valkuil van methodes en trucjes Ik heb ze allemaal geprobeerd. Meditatiecursussen, affirmaties, vision boards, zelfhulpboeken. Even leek het te werken. Even voelde ik me rustiger, lichter, meer in balans. Maar zodra het leven weer op me afkwam, was de leegte terug. En de angst. Want wat als ik het nooit zou vinden? Wat als ik altijd zou blijven zoeken? Het probleem met al die methodes is dat ze je vaak wegleiden van het niets, in plaats van je er naartoe te brengen. Ze geven je het idee dat je iets moet fixen, iets moet veranderen, voordat je oké bent. Maar juist dat idee, dat je niet goed genoeg bent zoals je bent, is de kern van het probleem. Het houdt je gevangen in een eindeloze zoektocht naar vervulling, terwijl de enige echte oplossing is: stoppen met zoeken. Sub-problemen: Angst, controle en het verlangen naar zekerheid Onder de oppervlakte van de leegte liggen vaak oude angsten. Angst om niet gezien te worden. Angst om niet te bestaan. Angst om te verdwijnen in het niets. Die angsten zijn niet rationeel, maar ze zijn wel echt. Ze komen voort uit ervaringen uit je jeugd, uit je familiesysteem, uit alles wat je hebt meegemaakt en wat je hebt moeten onderdrukken om te overleven. Misschien heb je geleerd dat je alleen iets waard bent als je presteert. Of dat je je moet aanpassen om erbij te horen. Misschien heb je je emoties moeten onderdrukken omdat er geen ruimte voor was. Of heb je jezelf aangeleerd om alles onder controle te houden, omdat de chaos anders te groot werd. Al die patronen zijn manieren om het niets – de leegte, de pijn, de angst, niet te hoeven voelen. Maar hoe harder je je best doet om het te vermijden, hoe meer je jezelf verliest. Je raakt verstrikt in oude overtuigingen, in destructieve patronen, in een leven dat niet meer van jou voelt. Je leeft niet echt, je overleeft. En ergens diep vanbinnen weet je: zo wil je het niet meer. Overgave als sleutel: Ontmoet het niets in jezelf Het klinkt misschien tegenstrijdig, maar de enige manier om vrij te worden van de leegte, is door haar toe te laten. Overgave aan het niets betekent niet dat je opgeeft, of dat je alles maar laat gebeuren. Het betekent dat je stopt met vechten. Dat je je opent voor wat er is, zonder oordeel, zonder verzet. Ik weet nog goed hoe eng dat was, de eerste keer dat ik het probeerde. Ik zat op de grond, tranen over mijn wangen, en alles in mij wilde wegrennen. Maar ik bleef zitten. Ik ademde. Ik voelde de leegte in mijn borst, het zwarte gat waar ik altijd zo bang voor was geweest. En ineens gebeurde er iets raars. De leegte werd zachter. Minder dreigend. Alsof ik erdoorheen kon zakken, in plaats van erin te verdwijnen. Langzaam begon ik te ontdekken dat het niets niet mijn vijand was, maar mijn thuis. Dat ik niet hoefde te verdwijnen, maar juist kon verschijnen in de ruimte die ontstond. Dat ik niet gescheiden was van het niets, maar dat wij één waren. Geen waarnemer en het waargenomene, maar een gezamenlijk fenomeen. Overgave aan het niets werd een poort naar rust, naar vrijheid, naar zijn. Wat gebeurt er als je je overgeeft aan het niets? Als je stopt met vechten en je opent voor het niets, verandert er iets fundamenteels. De angst valt weg. Niet omdat je hem hebt overwonnen, maar omdat je hem niet langer als vijand ziet. Je hoeft niet meer te bewijzen dat je bestaat. Je hoeft niet meer te zoeken naar betekenis buiten jezelf. Je mag zijn wie je bent, precies zoals je bent. Mét leegte, mét niet-weten, mét alles wat je eerder hebt weggedrukt. Je relaties worden echter, je keuzes helderder, je leven lichter. Je hoeft niet meer te compenseren, niet meer te pleasen, niet meer te controleren. Je kunt rusten in jezelf, in het niets dat eigenlijk alles is. Overgave wordt geen opgave, maar een uitnodiging om thuis te komen bij wie je werkelijk bent. Praktische stappen naar overgave Misschien vraag je je af: hoe doe je dat dan, overgave aan het niets? Er is geen stappenplan, geen magische formule. Maar er zijn wel manieren om jezelf te openen voor wat er is. Ga eens zitten, zonder afleiding. Zet je telefoon uit, sluit je ogen, en voel wat er opkomt. Misschien is het onrust, misschien verdriet, misschien gewoon leegte. Laat het er zijn. Adem. Voel je voeten op de grond, je adem in je buik. Merk op wat je voelt, zonder het te willen veranderen. Blijf erbij, ook als het ongemakkelijk wordt. Als je merkt dat je wilt wegrennen, dat je gedachten op hol slaan, wees dan mild voor jezelf. Je hoeft niets te fixen. Je hoeft alleen maar te zijn met wat er is. En als je het moeilijk vindt om dit alleen te doen, zoek dan een plek waar je samen met anderen kunt oefenen. Een stilteretraite bijvoorbeeld, waar je in een veilige bedding kunt ervaren wat het is om te rusten in het niets. De uitnodiging: Overgave aan het niets als poort naar vrijheid Het leven is niet bedoeld om vol te zijn, om altijd maar te moeten, te presteren, te voldoen. Het leven is ruimte. Stilte. Leegte. En in die leegte ligt alles besloten wat je zoekt. Overgave aan het niets is geen nederlaag, maar een overwinning op de angst die je klein houdt. Het is de moed om te zijn wie je bent, zonder opsmuk, zonder afleiding, zonder vluchtwegen. Dus ga er eens voor zitten. Neem waar wat er in jou leeft, ook als dat niets is. Voel hoe het is om niet te hoeven, niet te moeten, niet te zoeken. En als je merkt dat je verlangen naar rust, naar thuiskomen, sterker wordt dan je angst, weet dan dat je welkom bent. Meld je aan voor de Stilteretraite in september. Geef jezelf de ruimte om te ontdekken wat er gebeurt als je stopt met vechten en je overgeeft aan het niets. Misschien vind je daar wel precies wat je al die tijd zocht. Liefs Sonja ---
- Hoe je in 5 stappen de focus verlegt van buiten naar binnenwereld zonder jezelf te verliezen in het ‘Waarom’
Hoe je in 5 stappen de focus verlegt van buiten naar binnenwereld zonder jezelf te verliezen in het ‘Waarom’ Waarom. Het is zo’n woord waar je makkelijk in verdwaalt. Waarom voel ik me zo? Waarom lukt het me niet om los te laten? Waarom blijf ik steeds in hetzelfde patroon hangen, terwijl ik zo graag iets anders wil? Het lijkt een onschuldige vraag, maar voor je het weet zit je er middenin. Je hoofd draait overuren, je zoekt naar verklaringen, je leest boeken, volgt cursussen, praat met vrienden. Maar het antwoord blijft uit. Of het antwoord is nooit genoeg. Want zodra je denkt het gevonden te hebben, duikt er alweer een nieuwe ‘waarom’ op. En ondertussen blijft het onrustig vanbinnen. Je blijft zoeken. Je blijft duwen, trekken, analyseren. Alles om maar te begrijpen waarom je niet gewoon kunt zijn met wat er is. Waarom je niet gewoon kunt voelen wat je voelt, zonder dat je het meteen wilt oplossen of verklaren. Waarom het zo moeilijk is om jezelf toe te staan om te zijn wie je bent, precies zoals je bent. In deze blog neem ik je mee in een stappenplan dat je helpt om de focus te verleggen van het eindeloze ‘waarom’ naar het werkelijk thuiskomen bij jezelf. Niet omdat je dan nooit meer een ‘waarom’ zult hebben, maar omdat je leert hoe je niet langer hoeft te vechten met wat er is. Zodat je kunt leven vanuit rust, verbinding en vertrouwen. Precies zoals het klopt voor jou. Het probleem: Verstrikt raken in het waarom Het klinkt zo logisch: als je begrijpt waarom je iets doet, kun je het veranderen. Dus ga je op onderzoek uit. Je zoekt naar oorzaken, naar verklaringen, naar het moment waarop het misging. Misschien herken je het wel. Je hebt een conflict met je partner en je vraagt je af: waarom raakt dit me zo? Of je merkt dat je steeds weer over je grenzen laat gaan op je werk, en je wilt weten: waarom kan ik geen nee zeggen? Het lijkt een slimme strategie. Maar wat er vaak gebeurt, is dat je steeds verder van jezelf verwijderd raakt. Je hoofd neemt het over van je gevoel. Je blijft cirkelen in analyses, verklaringen, verhalen. En ondertussen voel je je nog steeds niet vrij. Nog steeds niet thuis bij jezelf. Het ‘waarom’ kan een valkuil worden. Een manier om niet te hoeven voelen wat er werkelijk is. Want zolang je zoekt naar het waarom, hoef je niet stil te staan bij het ongemak, de pijn, de leegte. Je blijft bezig met het verleden of de toekomst, maar je bent niet hier. Niet nu. Niet bij jezelf. Het gevolg? Je blijft ronddraaien in oude patronen. Je blijft je aanpassen, controleren, pleasen, analyseren. Je leeft niet je eigen leven, maar het leven van je ouders, je partner, je baas. Je raakt steeds verder verwijderd van wat er werkelijk in jou leeft. En je lijf? Dat gaat signalen geven. Onrust, spanning, vermoeidheid, misschien zelfs pijn of ziekte. Want wat niet gezien wordt, blijft zich herhalen. Totdat je het aandurft om te stoppen met zoeken naar het waarom, en te gaan voelen wat er is. Het proces: In 5 stappen van ‘waarom’ naar thuiskomen bij jezelf. Stap 1: Word je bewust van de trigger Alles begint met bewustwording. Je merkt dat je getriggerd wordt. Iemand zegt iets, je voelt je afgewezen, je wordt boos, verdrietig, onzeker. Of je merkt dat je weer in een oud patroon schiet: je gaat pleasen, je trekt je terug, je wordt kritisch naar jezelf of naar de ander. Het gebeurt vaak razendsnel, soms zonder dat je het doorhebt. Voorbeeld: Je partner komt thuis en zegt dat hij moe is. Jij voelt je ineens afgewezen, alsof jouw behoefte aan contact er niet toe doet. Voor je het weet ben je aan het uitleggen, verdedigen, of je trekt je terug. De trigger is geraakt. Het is zo verleidelijk om meteen te gaan zoeken naar het waarom. Waarom raakt dit me zo? Waarom voel ik me niet gezien? Maar probeer eens om daar niet meteen in mee te gaan. Sta even stil. Merk op: hé, ik word getriggerd. Dat is alles. Meer hoeft het niet te zijn. Stap 2: Voel hoe je innerlijke deur dichtgaat Dit is het moment waarop je meestal weggaat bij jezelf. Je voelt een schrikreactie, een spanning in je buik, je hartslag versnelt, je ademhaling wordt oppervlakkig. Misschien voel je een brok in je keel, of een druk op je borst. Je innerlijke deur gaat dicht. Je sluit je af voor wat er werkelijk in je leeft. Voorbeeld: Je merkt dat je je ineens afsluit. Je voelt je koud worden, je trekt je terug in jezelf. Of je schiet juist in de aanval, je wordt fel, je wilt de ander overtuigen van jouw gelijk. Allemaal manieren om niet te hoeven voelen wat er echt speelt. Dit is het moment om te pauzeren. Om niet meteen te reageren, maar te voelen wat er gebeurt in je lijf. Waar voel je de spanning? Wat gebeurt er als je daar even bij blijft, zonder het te willen veranderen? Stap 3: Merk op dat je je aandacht verlegt naar de ander, je denken Nu komt het interessante deel. Want meestal ga je op dit punt met je aandacht naar buiten. Je gaat nadenken over de ander. Wat doet hij of zij verkeerd? Wat moet er anders? Of je zoekt naar verklaringen in je hoofd. Waarom gebeurt dit steeds? Wat is er mis met mij? Hoe kan ik dit oplossen? Voorbeeld: Je merkt dat je in je hoofd schiet. Je analyseert het gedrag van je partner, je bedenkt wat je anders had moeten doen, je maakt plannen om het de volgende keer beter te doen. Je bent druk bezig met denken, maar je voelt niet meer wat er in jou leeft. Dit is een cruciaal moment. Want zolang je met je aandacht buiten jezelf bent, kun je niet voelen wat er in jou gebeurt. Je blijft hangen in het ‘waarom’, in het zoeken naar verklaringen. Maar het antwoord ligt niet buiten jezelf. Het antwoord ligt in het toelaten van wat er nu is. Stap 4: Merk op: wie is er dan nog bij jou? Dit is misschien wel de belangrijkste stap. Want als je met je aandacht bij de ander bent, of in je hoofd zit, wie is er dan nog bij jou? Wie voelt nog wat er in jou leeft? Wie zorgt er voor jouw gevoel, jouw pijn, jouw verlangen? Voorbeeld: Je merkt dat je jezelf kwijt bent. Je bent bezig met de ander, met het verleden, met het waarom. Maar wie is er nu bij het kind in jou dat zich afgewezen voelt? Wie is er bij de pijn, de angst, het verdriet? Dit is het moment om terug te keren naar jezelf. Om je aandacht naar binnen te brengen. Om te voelen wat er in jou leeft, zonder oordeel, zonder analyse. Gewoon voelen. Gewoon zijn met wat er is. Stap 5: Blijf bij jezelf en voel wat er is Dit is misschien wel het moeilijkste, maar ook het meest bevrijdende. Blijf bij jezelf. Voel wat er is. Laat het ongemak toe. Laat de pijn, de angst, de leegte er zijn. Zonder het te willen oplossen, zonder het te verklaren, zonder het weg te duwen. Voorbeeld: Je voelt de pijn van afwijzing. Je voelt het verdriet, de eenzaamheid, de boosheid. Je ademt erdoorheen. Je blijft erbij, zonder weg te gaan. Je merkt dat het gevoel langzaam verzacht. Dat er ruimte komt. Dat je niet uit elkaar valt, maar juist dichter bij jezelf komt. Dit is het moment waarop je thuiskomt bij jezelf. Waarop je voelt: ik ben er. Met alles wat er is. Ik hoef het niet te begrijpen, ik hoef het niet op te lossen. Ik mag gewoon zijn met wat er is. En dat is genoeg. Do’s en don’ts: Wat werkt wel, wat werkt niet? Do: Wees mild voor jezelf. Het is niet makkelijk om oude patronen te doorbreken. Het vraagt moed om te blijven voelen, om niet meteen te zoeken naar het waarom. Geef jezelf de tijd en de ruimte om te oefenen. Elke keer dat je even stilstaat bij wat er in jou leeft, is winst. Do: Zoek steun als het te moeilijk is om alleen te doen. Soms is het fijn om samen met iemand te onderzoeken wat er speelt. In een opstelling, in een sessie, in een groep. Je hoeft het niet alleen te doen. Don’t: Blijf niet hangen in het analyseren en verklaren. Het is zo verleidelijk om te blijven zoeken naar het waarom. Maar het brengt je niet dichter bij jezelf. Het houdt je juist weg van wat er werkelijk is. Don’t: Ga niet vechten met jezelf. Je hoeft niet perfect te zijn, je hoeft niet alles te snappen. Het gaat erom dat je aanwezig bent bij wat er nu is. Dat is genoeg. Voor gevorderden: Durf te blijven bij het ongemak, ook als het heftig wordt. Voel de neiging om weg te gaan, om te verklaren, om te analyseren. En kies er bewust voor om te blijven. Om te ademen, om te voelen, om te zijn. Juist daar ligt de bevrijding. Waarom deze stappen werken Misschien vraag je je af: waarom werkt dit? Waarom zou ik stoppen met zoeken naar het waarom? Het antwoord is simpel. Omdat het leven niet draait om verklaringen, maar om ervaring. Omdat je pas echt vrij bent als je kunt zijn met wat er is, zonder het te hoeven begrijpen of oplossen. Omdat je pas echt thuiskomt bij jezelf als je jezelf toestaat om te voelen wat er nu is, precies zoals het is. Het ‘waarom’ is vaak een afleiding. Een manier om niet te hoeven voelen wat er werkelijk speelt. Maar als je durft te blijven bij wat er is, zonder te zoeken naar verklaringen, ontstaat er ruimte. Ruimte voor rust, voor verbinding, voor liefde. Voor jezelf, en voor de wereld om je heen. Call to action: Zet de eerste stap naar jezelf Voel je dat het tijd is om niet langer te blijven hangen in het waarom? Wil je ervaren hoe het is om echt thuis te komen bij jezelf, zonder te hoeven vechten of verklaren? Meld je dan aan voor JAZZ je authentieke zelf zijn, of kies voor een individueel Essentie & Impact traject. Je kunt ook deelnemen aan een Opstellingendag, of jezelf onderdompelen in stilte tijdens de 3-daagse stilteretraite met Sonja. Of misschien voel je de roep om je te verdiepen in systemisch werk en familieopstellingen. Welke stap je ook kiest, weet dat je welkom bent. Precies zoals je bent. Met alles wat er is. Je hoeft het niet alleen te doen. Je hoeft het niet te begrijpen. Je mag gewoon zijn. En dat is genoeg. Liefs Son
- Vrouwen
Vroeger had ik echt een hekel aan dat “vrouwengedoe”. Je weet wel… van die kringen waarin vrouwen met sjaals en cacao naar de maan zitten te staren. Ik noemde het altijd wijvengedoe. Daar had ik niks mee. Ik vond daar iets van. Want eigenlijk vond ik iets van mijn eigen vrouwelijkheid. Ik had er geen contact mee. Ik onderdrukte het. Het lichaam voelde onveilig. En dan is het makkelijker om er grapjes over te maken dan om het echt te voelen. Maar dat is veranderd. Inmiddels weet ik: ik bén gewoon een vrouw. Een vrouwelijke vrouw. En dat is heerlijk. Zacht én krachtig. Vol gevoel én vol vuur. En ik hoef het niet meer te verklaren, bewijzen of verdedigen. Het is gewoon oké. En nu? Nu begeleid ik zelf een groep, toevallig allemaal vrouwen, in Jazz. Je Authentieke Zelf Zijn. En ja: we zitten niet naar de maan te koekeloeren (dat doe ik wel in m’n eentje hahaha) maar er is wél magie. Vrouwelijke magie. Verbinding. Lichaam. Waarheid. En veel tranen én gelach. Mannen zijn trouwens altijd van harte welkom. In mijn opleiding zijn er ook mannen . Ik hou van de afwisseling. Maar dit stuk… dit gaat even over thuiskomen in jezelf. In je eigen lijf. In je vrouw zijn. Dáár zit precies de veiligheid die ik zocht. En als je daar eenmaal bent? Dan is alles oké 🤍
- Van Betweter naar Bewustzijn
Lange tijd had ik een hekel aan betweters. Maar ik ont-dekte dat ik er zelf ook één was… Vooral als het ging over gevoel en denken. Ik was ervan overtuigd dat emotionele pijn altijd begon met een overtuiging. Verander je gedachten, en je gevoel volgt vanzelf. Hans, mijn man dacht daar anders over, maar ik kon het niet uitstaan als hij mijn logica niet volgde. Ik bleef doorgaan, probeerde hem steeds opnieuw te overtuigen. Natuurlijk liep dat op wederzijdse irritaties uit. Totdat ik keihard tegen mezelf aanliep. Er waren dingen in mijn eigen leven die ik niet kon ‘wegdenken’. Pijn die niet verdween, de pijn die ik als kind al had gevoeld als ik weer eens iets niet begreep. Bijvoorbeeld hoe volwassenen deden. Of lesstof op school. Ik wilde dus uit alle macht alles begrijpen en als ik het dan 'zeker' wist moesten anderen dat ook zo zien.Maar door de confrontatie met Hans drong het tot me door: denken en voelen staan niet los van elkaar! Sommige dingen moet je niet oplossen, maar doorvoelen. Dat inzicht sloeg in als een bom. Het gaf me niet alleen rust, maar ook een diepere verbinding met mezelf en met anderen. En zeker met Hans ;-) Op dat moment kon ik aan mezelf toegeven; Je bent ook een betweter! Au! De dans tussen denken en voelen Veel mensen geloven dat denken en voelen twee aparte systemen zijn: als je anders denkt, voel je je anders. Maar het is complexer dan dat. Ze beïnvloeden elkaar continu, in een subtiele wisselwerking. Gevoelens beïnvloeden gedachten. Soms voel je je verdrietig zonder duidelijke reden. Je brein zoekt dan een verklaring en creëert gedachten zoals: “Ben ik niet goed genoeg?” of “Waarom overkomt mij dit altijd?” Maar vaak is dat verhaal niet de echte oorzaak, alleen een gevolg van het gevoel dat er al was. Gedachten beïnvloeden gevoelens. Aan de andere kant kunnen overtuigingen wel degelijk gevoelens oproepen. Als je steeds denkt: "Ik ben niet goed genoeg", voel je onzekerheid of verdriet. Maar als iemand je laat inzien dat deze gedachte niet waar is, kan dat gevoel verzachten. Lichaam en zenuwstelsel spelen een grote rol. Veel emoties ontstaan in het lichaam voordat je er een gedachte bij hebt. Stress, spanning of blijdschap zijn vaak fysieke sensaties. Je brein plakt er achteraf een verhaal op. Soms is dus niet je gedachte de oorzaak, maar simpelweg een lichamelijke reactie. Niet alles is met denken op te lossen. Pijn moet niet ‘weggeredeneerd’ worden, maar simpelweg gevoeld. Rouw, oude trauma’s of diepe onzekerheden laten zich niet temmen door logisch denken. Daar helpt geen positief mantra tegen, maar wel het toelaten en doorvoelen ervan. Wat ik heb geleerd Ik zie nu dat mijn behoefte om alles te begrijpen en te verklaren ook een vorm van controle was. Zolang ik het kon analyseren, had ik het gevoel dat ik grip had. Maar echte vrijheid kwam pas toen ik inzag dat niet alles begrepen hoeft te worden. Sommige dingen willen alleen maar ervaren worden. Dus als je jezelf betrapt op eindeloos analyseren, vraag je dan af: probeer ik iets op te lossen met mijn hoofd dat eigenlijk in mijn lichaam gevoeld wil worden? Misschien is het tijd om niet langer te begrijpen, maar te doorvoelen.
- Relaties als spiegels van het systeem
Ontdek hoe relatieproblemen ontstaan door onbewuste herhaling van je familiesysteem Het is een pijnlijk mysterie. Je wilt zo graag verbinding, maar telkens weer bots je op dezelfde muur. Je doet je best, praat, leest boeken over communicatie, volgt misschien zelfs relatietherapie. Toch blijven de relatieproblemen zich herhalen. Alsof je gevangen zit in een onzichtbaar patroon, dat zich steeds opnieuw afspeelt – met deze partner, of de vorige, of misschien zelfs in vriendschappen en op je werk. Herken je dat? Je verlangt naar liefde, naar gezien worden, naar veiligheid. Maar diep vanbinnen is er ook twijfel. Iets klopt er niet. Je voelt het in je lijf, in de spanning tussen jullie, in de kleine irritaties die uitgroeien tot ruzies waar je allebei uitgeput van raakt. Je vraagt je af: waarom lukt het niet? Waarom voel ik me niet echt vrij in deze relatie? In dit blog neem ik je mee in wat er werkelijk speelt onder relatieproblemen. Niet het oppervlakkige gedoe, maar de diepere laag: hoe je onbewust de dynamiek uit je familiesysteem herhaalt. Hoe je partner een spiegel wordt voor wat jij nog niet hebt aangekeken in jezelf. En wat er nodig is om uit die verstrikking te komen, zodat je eindelijk op eigen benen kunt staan – in je relatie én in je leven. De aantrekkingskracht van oude pijn Het klinkt misschien gek, maar vaak zijn we het meest aangetrokken tot mensen die iets in ons aanraken wat we zelf nog niet hebben geheeld. Dat kan een soort thuiskomen voelen. Alsof je elkaar al jaren kent. Je herkent iets in de ander, een vertrouwdheid die bijna magisch is. Maar wat je herkent, is niet altijd liefde. Soms is het gedeelde pijn. Ik weet nog goed hoe dat bij mij ging. Mijn eerste serieuze relatie voelde als een warm bad. Eindelijk iemand die mij zag, die begreep waar ik vandaan kwam. Maar na een tijdje merkte ik dat ik steeds harder mijn best deed om die verbinding vast te houden. Ik werd pleaserig, verloor mezelf, raakte geïrriteerd als hij zich terugtrok. En hij deed hetzelfde, maar dan andersom: hij trok zich terug, werd stil, onbereikbaar. We zaten gevangen in een dans die we allebei kenden uit ons gezin van herkomst. Alleen zagen we dat toen nog niet. Misschien herken je het. Je verlangt naar nabijheid, maar zodra het te dichtbij komt, trek je je terug. Of je klampt je juist vast, bang om verlaten te worden. Je partner doet precies het tegenovergestelde. En zo blijf je elkaar vinden in een patroon dat je niet kunt doorbreken. Wat gebeurt er als je vastzit in deze dynamiek? Relatieproblemen krijgen dan een heel andere lading. Het gaat niet meer over wie er gelijk heeft, of wie wat doet. Het gaat over iets veel diepers: een oud gemis, een verlangen dat nooit echt is vervuld. Je probeert het alsnog te krijgen van je partner. Liefde. Erkenning. Gezien worden. Maar de ander kan dat nooit helemaal geven, want het is niet van nu. Het is van vroeger. En dat voel je. Je voelt het als je partner niet reageert zoals je hoopt. Als je je afgewezen voelt, terwijl je rationeel weet dat het niet zo bedoeld is. Als je boos wordt om iets kleins, maar eigenlijk huilen wilt om iets groots. Je voelt het in de leegte na een ruzie, als je allebei uitgeput op de bank zit en niet meer weet hoe je verder moet. Wat je niet aankijkt in jezelf, projecteer je op de ander Dit is het pijnlijke stuk. Wat je niet hebt aangekeken in jezelf, draag je onbewust over op je partner. Je projecteert je eigen onvervulde behoeften, je oude pijn, je schaamte en angst op de ander. Je hoopt dat hij of zij het voor je oplost, je redt, je gelukkig maakt. Maar dat kan niet. Niemand kan dat voor jou doen. Ik heb het vaak gezien in opstellingen. Twee mensen die elkaar aantrekken omdat ze allebei een wond dragen. Ze herkennen elkaars pijn, maar kunnen het niet voor elkaar dragen. En als het spannend wordt, gaan ze elkaar verwijten maken. Jij doet dit, jij doet dat. Maar onder die verwijten zit iets anders: een kind dat roept om gezien te worden. Om liefde. Om erkenning. En zolang je dat niet ziet, blijf je vechten. Tegen elkaar, maar eigenlijk tegen jezelf. Je raakt verstrikt in een patroon dat niet van jou is, maar van je familiesysteem. Je probeert alsnog te krijgen wat je als kind hebt gemist. Maar de ander kan dat niet geven. En dat doet pijn. Waarom is het zo lastig om uit deze verstrikking te komen? Misschien heb je al van alles geprobeerd. Praten, analyseren, relatietherapie, zelfhulpboeken. Je snapt het allemaal wel. Je weet waar het vandaan komt. Maar toch verandert er niets. Waarom? Omdat het niet genoeg is om het te begrijpen. Je kunt je pijn niet wegdenken. Je kunt het niet oplossen met je hoofd. Sommige dingen willen niet verwerkt worden, die willen doorleefd worden. Gevoeld. In je lijf, niet in je hoofd. Dat is confronterend. Want het betekent dat je je moet overgeven aan wat er is. Aan de pijn, de leegte, de angst. Je moet het toelaten, niet wegduwen. En dat is precies wat we als kind hebben geleerd om niet te doen. We hebben geleerd om te overleven. Om ons aan te passen, te pleasen, te vechten of te vluchten. Alles om maar niet te hoeven voelen wat te groot was om te dragen. En nu, in je relatie, word je opnieuw uitgenodigd om dat oude stuk aan te kijken. Niet om het op te lossen, maar om het te erkennen. Zodat het je kan loslaten. De rol van schaamte, angst en loyaliteit Er is nog iets wat het lastig maakt. Schaamte. Angst. Loyaliteit aan vroeger. Misschien heb je geleerd dat je niet mag klagen. Dat je sterk moet zijn. Dat je je ouders niet mag afvallen. Dus houd je je in. Je slikt je verdriet in, je lacht het weg, je doet alsof het allemaal wel meevalt. Maar wat je verzwijgt, wordt voelbaar in het veld tussen jullie. Je partner voelt dat er iets niet klopt. Dat je niet helemaal aanwezig bent. Dat je iets achterhoudt. En dat roept wantrouwen op, zonder dat iemand weet waarom. Ik heb het zelf vaak meegemaakt. Dat ik dacht dat ik alles goed deed, maar dat mijn partner toch zei: ik voel je niet. Je bent er niet echt. En ik snapte het niet. Tot ik ontdekte dat ik nog steeds delen van mezelf verborgen hield. Uit angst om afgewezen te worden. Uit loyaliteit aan mijn gezin van herkomst. Omdat ik dacht dat het niet veilig was om mezelf helemaal te laten zien. Wat gebeurt er als je niets doet? Als je deze patronen niet aankijkt, blijven de relatieproblemen zich herhalen. Je blijft zoeken naar erkenning bij de ander, maar vindt het niet. Je raakt steeds verder verwijderd van jezelf én van je partner. Soms leidt het tot afstand, ruzies, of zelfs een breuk. Maar zelfs als je uit elkaar gaat, neem je het patroon mee naar de volgende relatie. En dat is misschien wel het pijnlijkste. Je denkt dat het aan de ander ligt, maar uiteindelijk kom je jezelf weer tegen. Steeds opnieuw. Tot je besluit om het anders te doen. Hoe kom je uit de destructieve verstrikking? De eerste stap is erkennen dat je vastzit in een oud patroon. Niet om jezelf te veroordelen, maar om eerlijk te zijn. Ja, ik draag iets mee wat niet van nu is. Ja, ik projecteer mijn pijn op de ander. Ja, ik verlang naar iets wat mijn partner niet kan geven. Dat is pijnlijk. Maar het is ook bevrijdend. Want als je het ziet, kun je kiezen. Je kunt besluiten om het niet langer buiten jezelf te zoeken. Om verantwoordelijkheid te nemen voor je eigen gevoelens, je eigen pijn, je eigen verlangens. Dat begint met voelen. Niet analyseren, maar voelen. Waar zit de pijn? Waar voel je leegte, gemis, angst? Kun je erbij blijven, zonder het op te lossen? Kun je jezelf geven wat je als kind hebt gemist? Liefde, erkenning, veiligheid? Soms lukt dat niet alleen. Soms heb je iemand nodig die met je meekijkt, die je helpt om het oude patroon te zien en te doorbreken. Dat is waar systemisch werk en familieopstellingen zo krachtig zijn. Ze laten zien waar je verstrikt bent geraakt, waar je nog loyaal bent aan vroeger, waar je jezelf bent kwijtgeraakt. En als je dat ziet, kun je loslaten. Niet door te vechten, maar door te erkennen. Door te rouwen om wat er niet was. Door te voelen wat je hebt gemist. En dan, heel langzaam, ontstaat er ruimte. Voor jezelf. Voor de ander. Voor een relatie die vrij is van oude pijn. Wat kun je nu doen? Misschien voel je nu weerstand. Of verdriet. Of opluchting, omdat je eindelijk begrijpt waarom je steeds weer tegen dezelfde relatieproblemen aanloopt. Wat je ook voelt: het is welkom. Het mag er zijn. Omdat het er al is. Als je merkt dat je vastzit in patronen die je niet kunt doorbreken, nodig ik je uit om dieper te kijken. Niet alleen met je hoofd, maar met je hart en je lijf. Systemisch werk en familieopstellingen kunnen je helpen om te zien waar je nog gevangen zit in het verleden. Zodat je jezelf kunt bevrijden, en eindelijk op eigen benen kunt staan in je relatie, in je werk, in je leven. Wil je leren hoe je deze patronen doorbreekt, niet alleen voor jezelf maar ook om anderen te begeleiden? Meld je dan aan voor de opleiding familieopstellingen en systemisch werk. Hier leer je niet alleen de theorie, maar vooral hoe je vanuit je eigen proces zuiver en belichaamd kunt begeleiden. Zodat je niet alleen weet hoe het moet, maar het ook echt bént. En dat is de grootste vrijheid die er is.
- Waarom ze haar man spaart en zich op die ander richt
Waarom ze haar man spaart en zich op die ander richt Een cliënt van mij is bedrogen. Haar partner ging vreemd. Maar wie krijgt de schuld? Niet hij. De ander. De vrouw met wie hij het deed. Haar man blijft buiten beeld. En dat zie ik vaak. Het is een slimme overlevingsreactie. Als je nog vast wilt houden aan de relatie, dan is het makkelijker om te denken: hij werd verleid. Dan hoef je niet te voelen: hij koos ervoor om mij te verlaten. Dan blijft het plaatje van hem nog een beetje heel. Dan hoef je de klap niet volledig te voelen. De pijn zoekt een uitweg en dus krijgt die andere vrouw het volle pond. Het is veiliger boos te zijn op iemand van buiten dan op degene die je liefhebt. Soms speelt er iets ouds mee. Iemand die als kind leerde haar woede in te slikken. Die niet leerde aankijken wie echt verantwoordelijk is. Dan gaat die woede zwerven. En komt uit bij de verkeerde. Maar zolang hij niet op zijn plek staat, blijft ook de realiteit verborgen. Pas als hij aangekeken wordt als degene die gekozen heeft, kan zij echt voelen wat er is gebeurd, en wat het met haar doet. Daar begint de heling. Niet door te vechten tegen een ander, maar door de spiegel te durven zien. En trouw te blijven aan wat jij voelt. Zelfs als dat pijn doet. Juist dan.











