Zoekresultaten
70 resultaten gevonden met een lege zoekopdracht
- Je mag toch alles van mij?
Je mag toch alles van mij? Die zin. Hij klinkt zo royaal, zo liefdevol. Alsof alles openstaat, alsof ik welkom ben, altijd. Maar ergens voel ik iets anders. Alsof onder die gulheid een stil verlangen schuilt. Jij mag alles, als je maar blijft. Als je maar niet weggaat. Als je maar niet voor jezelf kiest. En daar stond ik dan. Jas aan, hand op de deurkruk. Jij keek me aan, met die blik van verbazing en iets wat lijkt op teleurstelling. Waarom ga je weg? Je mag toch alles van mij? Maar dat is het hem nou juist. Ik heb geen toestemming nodig om te mogen voelen, te mogen kiezen. Mijn ja of nee is niet te koop, niet afhankelijk van jouw goedkeuring, niet onderhandelbaar. Misschien klinkt dat hard. Maar het is het enige wat klopt. Jouw please-gedrag. Ik ken het zo goed. Het voelt als een warme deken die langzaam te zwaar wordt. Geef maar, doe maar, alles mag, als jij maar gelukkig bent. Maar ergens is het geen echte vrijheid. Het is een soort ruilmiddel. Niet uitgesproken, maar o zo voelbaar. Als ik jou alles geef, blijf jij misschien. Als ik jou nooit teleurstel, laat je mij niet vallen. Als ik mezelf wegcijfer, voel ik me veilig. Controle, vermomd als liefde. En ik snap het. Het verlangen om te pleasen, te sussen, te zorgen. Om jezelf kleiner te maken, in de hoop dat de ander je ziet. Maar het werkt niet. Niet echt. Want ergens begint het te knellen. Wordt liefde benauwd. Wordt geven een manier om niet te hoeven voelen wat eronder zit: Angst voor afwijzing. Angst om alleen te zijn. Angst om niet genoeg te zijn. Dus ja, ik ging weg. Niet om jou iets te ontnemen. Niet om je te straffen. Maar omdat ik voelde dat ik dit nodig heb. Omdat ik mezelf niet langer wilde verliezen in jouw verwachtingen. Omdat mijn leven niet in dienst staat van jouw geruststelling. En misschien doet dat pijn. Misschien voelt het als afwijzing. Maar het is geen aanval. Het is een beweging naar mezelf. Naar volwassenheid. Naar verantwoordelijkheid nemen voor mijn eigen keuzes, mijn eigen grenzen. Jouw please-gedrag is niet mijn zaak. Het is jouw manier om grip te houden op wat je niet kunt vasthouden: De ander. Het leven. De leegte in jezelf. En ik? Ik kies ervoor om niet langer te blijven uit schuldgevoel of loyaliteit. Ik kies ervoor om te voelen wat er echt is. Ook als dat ongemakkelijk is. Ook als het betekent dat ik wegga, zonder jouw toestemming. Want echte liefde vraagt geen toestemming. Echte liefde laat vrij. Echte liefde durft te blijven, maar ook te gaan. Zonder ruilhandel. Zonder verborgen agenda. Dus als ik wegga, is dat niet tegen jou. Het is een ja naar mezelf. En misschien, heel misschien, is dat precies wat jij ook nodig hebt. Om te voelen dat jouw liefde niet afhankelijk hoeft te zijn van controle. Dat geven pas echt vrij is, als je niets terug hoeft te krijgen. En dat is spannend. Maar wel echt.
- Waarom slapen zoveel mensen slecht
Slecht slapen komt voor bij alle leeftijden. Het wordt vaak gezien als iets wat bij ouderen hoort, maar jongeren ervaren het net zo goed. De oorzaken zijn divers en gaan van leefstijl en voeding tot emotionele en systemische factoren. Wat zijn de meest voorkomende oorzaken van slecht slapen? Veel mensen krijgen tot laat op de avond te veel licht en prikkels binnen van telefoons, tablets en tv. Het blauwe licht remt de aanmaak van melatonine, het hormoon dat helpt om in slaap te vallen. Ook een schemerlamp in de slaapkamer die tot laat aanstaat, kan het brein in een waakstand houden. Daarnaast is er overdag vaak sprake van overprikkeling. School, werk, sociale verplichtingen, gamen, scrollen en piekeren houden het zenuwstelsel actief. Een onregelmatig dag- en nachtritme, weinig daglicht en te weinig beweging verzwakken de natuurlijke slaap-waakcyclus. Cafeïne, suiker en laat op de avond eten maken het nog moeilijker om in slaap te komen. Wat zijn de gevolgen van slecht slapen? Langdurig slecht slapen heeft effect op het hele lichaam en geest. Het vermindert de concentratie, vertraagt het reactievermogen en maakt de stemming gevoeliger voor pieken en dalen. Er is meer kans op prikkelbaarheid of somberheid. Het immuunsysteem verzwakt, waardoor de vatbaarheid voor ziektes toeneemt. Het herstelvermogen van het lichaam neemt af en de energiereserves raken sneller op. Wat is de diepere oorzaak van slapeloosheid vanuit systemisch perspectief? Vanuit systemisch werk gaat slapeloosheid vaak over onbewuste onveiligheid. Slaap vraagt om loslaten, en dat kan voor zowel jongeren als volwassenen voelen als een risico. Als er in het gezin spanning, verdriet of conflict speelt, kan een deel van iemand onbewust blijven waken. Soms draagt iemand zorgen die niet van hem of haar zijn, of leeft vooral in het hoofd waardoor het lichaam geen veilige plek lijkt om te ontspannen. Oude ervaringen van verlies of afwijzing kunnen ervoor zorgen dat de stilte van de nacht niet rustgevend voelt maar bedreigend. In sommige gevallen is slapeloosheid een onbewuste loyaliteit aan iemand in de familie die zelf veel wakker lag. Wanneer in een familieopstelling zichtbaar wordt wat er werkelijk onder zit, kan het lichaam vaak vanzelf weer slaap toelaten. Niet door te forceren, maar door van binnen genoeg veiligheid te ervaren om de controle los te laten. Hoe kan systemisch werk helpen bij slecht slapen? Systemisch werk, en in het bijzonder familieopstellingen, kunnen helpen om verborgen patronen en onbewuste loyaliteiten zichtbaar te maken. Met opstellingen kan duidelijk worden waar je nog wakker blijft en kun je voelen dat het weer veilig is om te slapen. Ontdek wat jouw slaap beïnvloedt! Blijf je maar wakker liggen of word je steeds midden in de nacht wakker, dan is er vaak meer aan de hand dan een verkeerd slaapritme. In een familieopstelling kun je zien waar de onrust vandaan komt en wat er nodig is om je lichaam weer te laten ontspannen. Eén blik op het geheel kan genoeg zijn om te voelen dat het veilig is om te rusten. Wil je onderzoeken wat er onder jouw slapeloosheid ligt, dan ben je welkom op een opstellingendag, voor een persoonlijk traject of het JAZZ traject Je Authentieke Zelf Zijn.
- Weer op zoek buiten jezelf?
Ik ken het. Dat eindeloze zoeken naar iets of iemand die eindelijk dát stukje in jou opvult. Die je ziet, je begrijpt, je liefheeft zoals je altijd hebt gemist. Even lijkt het alsof je het gevonden hebt. Een blik, een woord, een hand op je schouder. Je hart slaat over. Ja, dit is het. Eindelijk. En dan... Weg. Leegte. Alsof je handen vol zand probeerden te grijpen. Weer terug bij af. Het is zo’n hardnekkig patroon. Je denkt: als ik maar harder m’n best doe, als ik me maar aanpas, als ik het goed doe voor de ander, dan krijg ik misschien wat ik zo mis. Dan word ik gezien. Dan hoor ik erbij. Maar serieus? Het werkt niet. Nooit echt. Want alles waar je zo naar verlangt, zit niet buiten je. Niet bij die ander. Niet in die nieuwe baan, die relatie, dat compliment, die goedkeuring. Het zit in jou. Altijd al gezeten. Dat klinkt misschien als zo’n dooddoener. Maar ik weet hoe het voelt om het niet te geloven. Ik heb jarenlang geprobeerd te zijn zoals ik dacht dat het hoorde. Mezelf weggecijferd, aangepast, verstopt achter een glimlach. Van zelfliefde had ik nog nooit gehoord. En ondertussen voelde ik me leeg. Onzeker. Nooit goed genoeg. Tot ik niet meer kon. Tot het leven me stilzette. En ik, met knikkende knieën, naar binnen moest kijken. Niet omdat ik zo dapper was. Maar omdat er geen andere weg meer was. Stil worden en voelen wat er al is, in jou. Niet makkelijk. Wel te doen. Het vraagt moed om te stoppen met zoeken buiten jezelf. Om te durven voelen wat je zo lang hebt weggeduwd. Die oude pijn, dat gemis, die eenzaamheid. Het kleine kind in jou dat ooit besloot: ik moet sterk zijn. Of: ik moet zorgen voor de ander, anders ben ik niet veilig. Of: als ik controle hou, kan ik niet gekwetst worden. Herkenbaar? Misschien ben jij ook zo’n pleaser. Of juist een controlefreak. Twee kanten van dezelfde medaille. Allebei manieren om niet te hoeven voelen wat eronder ligt. Angst om afgewezen te worden. Angst om te verliezen. Angst om niet genoeg te zijn. In systemisch werk zie je hoe deze patronen niet zomaar uit de lucht komen vallen. Ze zijn al doorgegeven vanuit je familiesysteem. Misschien droeg jij als kind al het verdriet van je moeder. Of probeerde je de harmonie te bewaren tussen je ouders. Misschien was er geen ruimte voor jouw gevoel, dus leerde je het weg te stoppen. En nu? Nu herhaal je het. In je relaties, op je werk, met je kinderen. Tot je lijf protesteert. Tot je moe bent van het aanpassen, het controleren, het zoeken. Wat niet gezien wordt, blijft zich herhalen, tot je het aandurft om stil te staan. Om te voelen wat er echt is, los te laten wat niet van jou is en te ontdekken wat wél klopt, diep vanbinnen. Dat is geen snelle oplossing en geen trucje. Het is een reis naar binnen, laag voor laag. Soms pijnlijk, altijd bevrijdend. Want als je stopt met zoeken waar het niet is, vind je eindelijk wat je altijd al zocht: jezelf, je plek, je eigen basis. En ja, dat vraagt moed. Het vraagt eerlijkheid. En soms een beetje hulp. Daarom werk ik met mensen die vastlopen in zichzelf, hun relaties, hun werk. Niet om ze te veranderen of beter te maken.. Maar om samen te kijken: wat wil er gezien worden? Waar ben je jezelf kwijtgeraakt? Wat mag je loslaten, zodat je weer thuis kunt komen bij jezelf? Het resultaat? Innerlijke rust. Helderheid. De vrijheid om je eigen pad te gaan, zonder schuld of twijfel. Echtheid in je relaties. Ruimte voor nieuwe beweging, in werk, in liefde, in het leven zelf. Niet perfect, wel echt. Dus durf je stil te worden en te voelen wat er al is, in jou. Soms verrast het, soms ontroert het. Niet altijd makkelijk, maar altijd echt.
- Ontdek hoe scheiden pas echt bevrijdt als je durft los te laten. Ook je kinderen.
Scheiden. Alleen het woord al voelt als een koude douche. Alsof je met blote voeten op een ijskoude vloer stapt, midden in de nacht. Je wilt het niet. Je wilt het niemand aandoen. En al helemaal je kinderen niet. Want hoe kun je ooit kiezen voor jezelf, als dat betekent dat je je kinderen, in jouw beleving, achterlaat? Dat je hun veilige wereld uit elkaar trekt, hun thuis in tweeën breekt, hun hart misschien wel voorgoed beschadigt? Het is een pijn die je niet kunt uitleggen aan iemand die het nooit heeft gevoeld. De pijn van scheiden is niet alleen het verlies van een partner, een huis, een toekomstbeeld. Het is vooral de pijn van het idee dat je je kinderen tekortdoet. Dat je ze iets afneemt wat je ze zo graag had willen geven: stabiliteit, liefde, een ongebroken gezin. En toch. Toch zijn er momenten waarop je weet: dit kan zo niet verder. Niet voor jou, niet voor hen. Maar hoe doe je dat, scheiden, zonder je kinderen te breken? In deze blog neem ik je mee in dat verschrikkelijke, ongemakkelijke proces. Niet met een stappenplan of een feelgood verhaal. Maar met de waarheid zoals ik hem ken en ervaren heb. Over wat het betekent om echt los te laten. En waarom dat, hoe pijnlijk ook, uiteindelijk het grootste cadeau is dat je je kinderen kunt geven. De pijn om je kinderen achter te laten bij scheiden Ik weet nog goed hoe het voelde. De eerste keer dat ik hardop dacht: ik wil niet meer. Niet meer vechten, niet meer schipperen, niet meer doen alsof. Maar meteen daarna kwam de klap. De gedachte aan mijn kinderen. Hun toetjes, hun handen die altijd zo vanzelfsprekend de mijne vonden. Hoe kon ik hen dit aandoen? Hoe kon ik ze achterlaten? Want dat is hoe het voelt als je degene bent die vertrekt. Je verlaat niet alleen je partner. Je verlaat alles. Je verlaat het huis waar je hun eerste stapjes zag. Je verlaat de ochtendrituelen, de grapjes aan tafel, het samen naar bed brengen. Je verlaat, in zekere zin, ook je kinderen. En dat is een pijn die je tot op het bot voelt. Misschien herken je het. Die verlammende angst dat je kinderen je zullen verwijten dat jij degene bent die het gezin kapot heeft gemaakt. Dat ze partij moeten kiezen. Of erger nog: dat ze zich loyaal voelen aan jou, maar daarmee hun andere ouder tekortdoen. Of andersom. Je wilt ze beschermen tegen die verscheurende keuze. Je wilt ze sparen voor de pijn die jij voelt. En dus blijf je. Of je twijfelt. Of je gaat, maar met een schuldgevoel dat als een zware jas aan je blijft kleven. Wat gebeurt er als je deze pijn niet aankijkt? Het probleem is: zolang je deze pijn niet aankijkt, blijf je gevangen. Je blijft hangen in het verleden, in plaatjes van hoe het had moeten zijn. Je probeert te compenseren, te sussen, te lijmen wat niet meer te lijmen valt. Je doet je best om het voor iedereen goed te maken, behalve voor jezelf. En ondertussen voelen je kinderen haarfijn aan dat er iets niet klopt. Ze voelen je spanning, je verdriet, je schuldgevoel. Ze gaan zich aanpassen, proberen de sfeer te redden, nemen verantwoordelijkheid die niet van hen is. Ze komen klem te zitten tussen twee ouders die allebei het beste voor hen willen, maar ondertussen hun eigen pijn niet aankijken. Wat je niet kunt bereiken? Werkelijke vrijheid. Voor jezelf, maar vooral voor je kinderen. Zolang jij blijft hangen in je eigen pijn, in je eigen schuld, kunnen zij niet vrij zijn. Ze blijven loyaal aan jou, aan je verdriet, aan je verlangen om het goed te maken. Ze dragen wat niet van hen is. En dat is misschien wel het grootste onrecht dat je ze kunt aandoen. Waarom het zo lastig is om deze pijn los te laten Misschien heb je al van alles geprobeerd. Gesprekken gevoerd, boeken gelezen, therapie gevolgd. Misschien heb je jezelf wijsgemaakt dat het wel meevalt, dat je kinderen er sterker van worden, dat het allemaal wel goedkomt. Maar diep vanbinnen weet je: er zit iets vast. Iets ouds, iets wat niet zomaar weggaat. Dat komt omdat deze pijn niet alleen over het nu gaat. Het raakt aan iets veel groters. Aan je eigen kindstukken. Aan je verlangen om het goed te doen, om niemand tekort te doen, om gezien en geliefd te zijn. Misschien heb je zelf ooit gevoeld hoe het is om tussen je ouders in te staan. Misschien heb je gezworen dat jouw kinderen dat nooit zouden hoeven meemaken. Dat zij niet zoals jij tussen ruziemakende ouders inzitten. In het liefdeloze huwelijk moeten overleven.En nu gebeurt het toch. Systemisch gezien is het bijna onvermijdelijk. Je neemt mee wat je niet hebt aangekeken. Je kinderen nemen het over wat jij niet durft te dragen. Loyaliteit is sterker dan logica. Je kunt nog zo je best doen om het netjes te regelen, om samen ouders te blijven, om de schade te beperken. Als je je eigen pijn niet doorvoelt, geef je die onbewust door. De valkuil van het verleden en het plaatje van hoe het had moeten zijn Wat ik vaak zie, en zelf ook heb meegemaakt, is dat we blijven hangen in het plaatje van hoe het had moeten zijn. Het perfecte gezin. De gelukkige kinderen. De harmonie die je zo graag had willen vasthouden. Maar dat plaatje is er niet meer. En hoe langer je eraan vasthoudt, hoe meer je lijdt. Je leeft in het verleden, in gemiste kansen, in spijt en schuld. Je kijkt om, steeds weer, naar wat je hebt verloren. En ondertussen mis je wat er nu is. Je mist de momenten met je kinderen die er nog wél zijn. Je mist de kans om echt aanwezig te zijn, om te genieten van wat er nu mogelijk is. Je zit gevangen in het verhaal van tekort, van falen, van schuld. En je kinderen? Die voelen dat. Ze voelen dat jij niet vrij bent. Dat je niet echt aanwezig bent. Dat je nog steeds probeert te lijmen wat niet meer te lijmen valt. Ze voelen je verdriet, je spijt,je falen. Je verlangen naar het ideale plaatje wat er niet is. En ze gaan dragen wat niet van hen is. Ze proberen jou of de andere ouder gelukkig te maken, te troosten, te redden. Maar dat is niet hun taak. De bevrijding: je pijn doorvoelen en je kinderen hun vrijheid teruggeven Het klinkt misschien hard. Maar degene die het huwelijk verlaat, verlaat alles. Zelfs de kinderen. Dat is de prijs. En dat is de pijn die je te dragen en te doorvoelen hebt. Niet om jezelf te straffen, maar om eerlijk te zijn. Om te erkennen dat je niet alles kunt goedmaken. Dat je niet alles kunt repareren. Dat je soms moet loslaten, ook als het pijn doet. Maar hier zit ook de sleutel tot bevrijding. Want op het moment dat jij je eigen pijn durft te voelen, zonder hem af te schuiven op je kinderen, geef je hen hun vrijheid terug. Je zegt als het ware: dit is van mij. Dit is mijn verdriet, mijn keuze, mijn verantwoordelijkheid. Jij hoeft het niet voor mij op te lossen. Jij hoeft niet tussen ons in te staan. Jij mag gewoon kind zijn. Dat is misschien wel het grootste cadeau dat je je kinderen kunt geven. De vrijheid om hun eigen weg te gaan, zonder verstrikt te raken in jouw pijn, jouw schuld, jouw verlangen naar verzoening. Ze hoeven niet te kiezen. Ze hoeven niet te zorgen. Ze mogen gewoon zichzelf zijn, met alles wat daarbij hoort. Hoe doe je dat? Door je pijn aan te nemen. Door te voelen wat er nu is, zonder het weg te duwen, zonder het te willen fixen. Door te rouwen om wat er niet meer is, zonder te blijven hangen in het verleden. Door te genieten van wat er wél is, hier en nu. De momenten met je kinderen die je nog hebt. De liefde die er nog steeds is, ondanks alles. De valkuil van het loyaliteitsconflict Wat gebeurt er als je dit niet doet? Dan blijven je kinderen gevangen in een loyaliteitsconflict. Ze voelen zich verscheurd tussen twee ouders die allebei hun liefde opeisen. Ze durven niet echt zichzelf te zijn, uit angst om de ander pijn te doen. Ze gaan pleasen, zich aanpassen, hun eigen gevoelens wegstoppen. En dat nemen ze mee, hun volwassen leven in. Misschien herken je het bij jezelf. Misschien heb jij ook ooit gevoeld dat je niet helemaal vrij was om van beide ouders te houden. Dat je moest kiezen, moest zorgen, moest bemiddelen. Dat je niet gewoon kind kon zijn. En nu dreig je, onbedoeld, hetzelfde door te geven aan je eigen kinderen. Dat is de pijn van het niet aankijken. Het patroon dat zich herhaalt, generatie op generatie. Tot iemand de moed heeft om het te stoppen. Om te zeggen: dit is van mij. Ik draag mijn eigen pijn. Jij hoeft dat niet te doen. De kracht van het hier en nu Het klinkt simpel, maar het is misschien wel het moeilijkste wat er is. Je pijn doorvoelen, zonder om te kijken. Niet blijven hangen in het verleden, niet vasthouden aan het plaatje van hoe het had moeten zijn. Maar gewoon hier zijn. In het nu. Met alles wat er is. Met je kinderen, met je verdriet, met je liefde. En dan gebeurt er iets bijzonders. De zwaarte wordt lichter. De band met je kinderen wordt echter. Je hoeft niet meer te compenseren, niet meer te sussen, niet meer te redden. Zonder belang. Je mag gewoon zijn. En zij ook. Want uiteindelijk is dat wat kinderen het meest nodig hebben. Een ouder die echt aanwezig is. Die zijn eigen pijn draagt. Die niet perfect is, maar wel echt. Die kan zeggen: het spijt me, ik heb het niet kunnen voorkomen. Maar ik ben hier. Nu. Met jou. Praktische stappen: hoe je je kinderen bevrijdt na scheiden Misschien vraag je je nu af: hoe doe ik dat dan, in de praktijk? Hoe geef ik mijn kinderen hun vrijheid terug, terwijl ik zelf nog zo worstel met schuld en verdriet? Begin met eerlijk zijn. Naar jezelf, naar je kinderen. Erken dat het pijn doet. Dat je niet alles kunt oplossen. Dat je soms moet loslaten, ook als je het liefst alles bij elkaar zou houden. Sta jezelf toe om te rouwen. Om te huilen, te schreeuwen, te voelen wat er gevoeld wil worden. Niet om in het verdriet te blijven hangen of te onderdrukken, maar om het ruimte te geven. Zodat het kan stromen, zodat het niet vast blijft zitten. Wees aanwezig in het nu. Geniet van de momenten met je kinderen die er nog zijn. Maak herinneringen, hoe klein ook. Laat het idee los dat het perfect moet zijn. Het hoeft niet. Het mag echt zijn. Geef je kinderen toestemming om van jullie allebei te houden. Zeg het hardop, als het moet. Maak duidelijk dat ze niet hoeven te kiezen, niet hoeven te zorgen, niet hoeven te bemiddelen. Dat ze gewoon kind mogen zijn. En als het je niet lukt, zoek hulp. Niet omdat je zwak bent, maar omdat het moedig is om te erkennen dat je het niet alleen hoeft te doen. Systemisch werk, familieopstellingen, individuele trajecten – het zijn allemaal manieren om te ontdekken wat er onder de oppervlakte speelt. Om te leren dragen wat van jou is, en los te laten wat niet meer bij je hoort. Wil je hier dieper in duiken? Kom eens langs voor een gesprek over de opleiding systemisch werk of het Jazz-traject Je Authentieke Zelf Zijn. Niet om een trucje te leren, maar om echt te ontdekken wat jou en je kinderen vrij maakt. Zodat je niet langer leeft vanuit schuld of angst, maar vanuit liefde en realiteit. Voor jezelf. En voor hen.
- Zielig
Zielig. Het woord alleen al. Het roept meteen een beeld op. Iemand die gebogen zit. Tranen in de ogen. Een hand op een schouder. Zachte stemmen. Medelijden. Maar als je eerlijk kijkt, als je echt durft te voelen wat er gebeurt als je iemand zielig vindt, dan ontdek je iets wat je misschien liever niet wilt zien. Iets wat eigenlijk niet kloppend is, diep vanbinnen. Want wat gebeurt er eigenlijk, als jij een ander zielig vindt? Wie ben jij dan, op dat moment? En wat zegt dat over jouw plek, over jouw eigen geschiedenis? Vandaag mocht ik weer een inspirerende opstellingendag begeleiden. En tijdens verschillende opstellingen hoorde ik mezelf zeggen: iemand zielig vinden is eigenlijk heel arrogant. Een vraagsteller keek naar iemand in het systeem en zei: ik vind het zo zielig voor haar.” Het klonk warm, zorgzaam. Maar in de ruimte voelde ik iets heel anders. De onrust die je niet wilt voelen Misschien herken je het. Je ziet iemand worstelen. Iemand die pijn heeft, verdriet, vastzit. En je voelt een reflex: je wilt helpen, troosten, het oplossen. Je wilt het lichter maken. Voor de ander, zeg je tegen jezelf. Maar als je oprecht bent, echt eerlijk, voel je dan niet ook een soort onrust? Een spanning in je lijf? Machteloosheid, misschien wel? Alsof je iets móet doen, omdat het anders te pijnlijk is om te blijven zitten met wat je ziet. Dat is het gekke met iemand zielig vinden. Het lijkt alsof je het voor de ander doet. Maar vaak ben je bezig met je eigen gevoel van onmacht. Je wilt niet dat het pijn doet in jou. Dus ga je zorgen, helpen, redden. Of je trekt je juist terug, omdat het te veel is. De verborgen hiërarchie En hier wordt het spannend. Want iemand zielig vinden lijkt liefdevol, maar eigenlijk zet je jezelf erboven. Jij weet wat goed is. Jij bepaalt hoe erg het is. Jij denkt te weten wat de ander nodig heeft. En daarmee neem je de ander zijn kracht af. Je maakt hem kleiner dan jij. Slachtoffer. Hulpeloos. En jij bent de redder. Degene die weet wat er moet gebeuren. Vanuit systemisch perspectief is dit een verschuiving van plekken. Je stapt van je eigen plek en gaat op de stoel van de redder zitten. Je neemt verantwoordelijkheid die niet van jou is. Je probeert het lot van de ander te dragen, terwijl dat onmogelijk is. Misschien zelfs de ouder van je ouders. Wat blijft er over als je stopt met redden? Als je blijft hangen in het zielig vinden, blijf je altijd bezig met de ander. Je raakt uitgeput van het zorgen. Je voelt je schuldig als je niet helpt. Je wordt boos als je zorg niet wordt ontvangen zoals jij het bedoelt. En ondertussen voel je je leeg. Onvervuld. Alsof je nooit genoeg kunt doen. En misschien nog wel het pijnlijkst: je ontneemt de ander de kans om zijn eigen kracht te ontdekken. Je houdt hem klein. Slachtoffer. Zielig. Terwijl je zelf ook niet verder komt. Je blijft gevangen in je eigen onmacht. Waarom het zo moeilijk is om te stoppen Je weet misschien best dat het niet werkt, dat eeuwige zorgen voor een ander. Maar stoppen? Dat voelt bijna als verraad. Alsof je iemand in de steek laat. Alsof je een slecht mens bent als je niet redt, niet helpt, niet meelijdt. En toch blijf je het doen. Want het is niet zomaar een gewoonte. Het is een oude strategie. Iets wat je ooit hebt geleerd, omdat het nodig was. Misschien was er vroeger niemand die voor jou zorgde. Of je ouders innerlijk afwezig. Misschien voelde je je verantwoordelijk voor een ouder. Misschien was er verdriet dat niemand zag. En dus ben je gaan zorgen. Ben je gaan redden. Ben je gaan meelijden. De projectie van je eigen pijn Wat ik vaak zie in opstellingen, is dat het ‘zielig vinden’ eigenlijk een projectie is. Je ziet het in de ander, omdat je het in jezelf niet kunt of wilt voelen. Het is veiliger om de ander te helpen, dan om je eigen pijn onder ogen te komen. En ja, dat is pijnlijk om te erkennen. Want het voelt zo liefdevol, dat zorgen. Maar als je goed kijkt, zit er vaak iets onder: Een oud verlangen om zelf gezien te worden. Onverwerkt verdriet dat je hebt weggestopt. Schuldgevoel, omdat je ooit niet kon helpen. Gevoel van falen omdat het je niet is gelukt om de ander te redden. Terwijl je iets wil kunnen wat niet kan. Of het gevoel dat je alleen iets waard bent als je iets betekent voor een ander. Zolang dat niet wordt aangekeken, blijf je zoeken. Blijf je buiten jezelf proberen te helen wat vanbinnen pijn doet. Je probeert je eigen kwetsbaarheid op te lossen via de ander. Maar dat werkt nooit echt. Het blijft trekken en zoeken. Het blijft onrustig. De systemische valkuil: verstrikking in het slachtofferschap Vanuit systemisch perspectief is iemand zielig vinden een verstrikking. Je stapt van je eigen plek. Je neemt verantwoordelijkheid die niet van jou is. Je probeert het lot van de ander te dragen. Omdat je het gevoel hebt dat de ander het niet kan. Het voelt als veel te veel en meestal ook meergenerationeel. Al die niet toegelaten emoties en pijn ervaar jij ook, meestal onbewust. Maar je kunt het niet dragen. Je kunt het niet oplossen. Je kunt de weg van de ander niet voor hem lopen. Sterker nog, je ontneemt hem de kans om zijn eigen kracht te vinden. Om zijn eigen pad te gaan. Om zijn eigen pijn te dragen, en daar misschien wel iets in te ontdekken wat hem sterker maakt. En weet ook dat het niet fout is maar wel pijnlijk als je hierin vast blijft zitten. Wat gebeurt er als je het niet doorbreekt? Als je blijft hangen in het zielig vinden, blijf je gevangen in het oude verhaal. Je blijft zoeken naar bevestiging buiten jezelf. Je blijft moe, leeg, onvervuld. Je relaties worden ongelijk. Jij redt, de ander wordt gered. Jij weet het beter, de ander blijft klein. En ondertussen groeit de frustratie. Want je merkt dat het niet werkt. Dat je zorg niet aankomt. Dat de ander niet verandert. Dat je jezelf steeds meer verliest in het verhaal van de ander. Tot je op een dag niet meer kunt. Tot je lijf protesteert. Tot je voelt: dit kan zo niet langer. De weg naar binnen: het echte werk De enige weg uit deze verstrikking is naar binnen. Durven voelen wat het slachtofferschap in jezelf oproept. De oude pijn onder ogen zien. Het verdriet, de machteloosheid, het verlangen om gezien te worden. Niet meer wegduwen. Niet meer projecteren op de ander. En dat is spannend. Het voelt kwetsbaar. Alsof je even niet meer weet wie je bent, zonder het zorgen voor een ander. Alsof er niets meer overblijft, zonder rol, zonder masker. Maar precies daar begint de bevrijding. Daar ontstaat ruimte. Voor jou, om te voelen wat er echt is. Voor de ander, om zijn eigen kracht te vinden. De ander in zijn autonomie zien De uitnodiging is om de ander in zijn autonomie te zien. Niet als slachtoffer, niet als iemand die gered moet worden. Maar als volwaardig mens, met zijn eigen kracht, zijn eigen pad, zijn eigen pijn. Dat betekent niet dat je nooit meer helpt. Maar je helpt vanuit gelijkwaardigheid. Niet omdat jij het beter weet, maar omdat je de ander respecteert in zijn proces. Je bent aanwezig, zonder te redden. Je bent beschikbaar, zonder over te nemen. Je kunt er gewoon naast zitten zonder iets te doen. En dat is misschien wel het mooiste wat je een ander kunt geven. De ruimte zijn waarin de ander is met z'n hele hebben en houwen. Je hebt vertrouwen. Het geloof dat hij het zelf kan. Hoe stap je uit het ‘zielig vinden’? Hoe doe je dat, stoppen met iemand zielig vinden? Het begint met eerlijk kijken naar jezelf. Waar voel jij onrust, als je een ander ziet lijden? Waar voel jij de drang om te helpen, te redden, te zorgen? Durf je te blijven zitten met dat gevoel, zonder meteen iets te doen? Neem de tijd om te voelen wat er in jou geraakt wordt. Misschien komt er verdriet, schuld, machteloosheid. Laat het er zijn. Het hoeft niet opgelost. Het mag gevoeld worden. En als je merkt dat je in de redderrol schiet, stel jezelf dan de vraag: van wie is dit eigenlijk? Is dit mijn verantwoordelijkheid, of draag ik iets wat niet van mij is? Wees mild voor jezelf. Dit patroon is oud. Het heeft je ooit geholpen. Maar nu mag het anders. Nu mag je kiezen voor gelijkwaardigheid. Voor autonomie. Voor echte verbinding. De kracht van systemisch werk In systemisch werk leer je om deze patronen te herkennen. Je leert je eigen plek in te nemen. Je leert voelen wat van jou is, en wat van de ander. Je leert loslaten wat niet meer bij je hoort. En dat is bevrijdend. Je hoeft niet meer te redden, niet meer te zorgen, niet meer te lijden voor een ander. Je mag gewoon zijn wie je bent. En dat is genoeg. Voor wie voelt: dit is wat ik wil leren In mijn opleiding systemisch werk leer je niet alleen de theorie. Je leert vooral door te ervaren. Door te voelen. Door te ontdekken waar jij nog vastzit in oude patronen. En hoe je daaruit kunt stappen, zodat je anderen kunt begeleiden vanuit kracht, helderheid en belichaming. Geen trucjes, geen rollen. Wel echte aanwezigheid, echte verandering. Voel je dat het tijd is om je eigen plek in te nemen? Om te stoppen met redden, en te kiezen voor echte verbinding? Schrijf je dan in voor de opleiding systemisch werk. Want pas als jij jezelf bevrijdt, kun je ook echt iets betekenen voor een ander.
- Waarom ik mijn collega’s niet zie als concurrentie
Vroeger dacht ik dat het moest. Dat je jezelf moest bewijzen. Je plek veroveren. Je hoofd boven het maaiveld uitsteken, maar niet te ver, want dan werd je kop eraf gemaaid. Altijd dat ongemakkelijke evenwicht tussen jezelf laten zien en niet te veel opvallen. Want collega’s… tja, die waren er ook. En ergens, diep vanbinnen, zat dat stemmetje: pas op, straks vinden ze je raar. Ik weet nog goed hoe het voelde. Die lichte spanning als iemand anders een goed idee had. Waarom heb ik dat niet bedacht. Of dat idee had ik ook en dan deed ik er niets mee. En ik lachte het weg, deed alsof het me niet raakte. Maar vanbinnen voelde het ongemakkelijk. Onzekerheid, de angst om niet genoeg te zijn. Tot ik het niet meer volhield. Tot ik merkte dat het me leeg trok. Dat ik steeds meer bezig was met hoe ik overkwam, dan met wat ik eigenlijk wilde bijdragen. Alsof ik in een onzichtbare wedstrijd zat waar niemand de spelregels kende, maar iedereen toch probeerde te winnen. En toen kwam het inzicht. Niet in één keer, maar langzaam. Laag voor laag. Door te kijken naar wat er onder die angst zat. Wat ik eigenlijk probeerde te beschermen. Mijn eigenwaarde, mijn bestaansrecht, het gevoel dat ik ertoe doe. En echt? Dat was pijnlijk. Want het betekende dat ik mezelf steeds kleiner maakte. Maar het werkt niet zo. Niet echt. Als jij groeit, hoeft een ander niet kleiner te worden. Leven is geen optelsom van winnen of verliezen. Er is niet een taart die opraakt als iemand anders een groter stuk neemt. Dat is een oud verhaal. Een familiesysteem misschien, waarin er altijd tekort was. Waarin je moest vechten om gezien te worden. Maar ik ben geen kind meer. En mijn collega’s zijn geen broers of zussen die met mij om de aandacht van onze ouders strijden. Wat er gebeurt als ik mijn collega’s niet meer als concurrentie zie? Dan ontstaat er ruimte. Voor samenwerking, voor echte verbinding. Voor het vieren van elkaars successen, zonder dat het iets afdoet aan mijn eigen waarde. Dan kan ik oprecht blij zijn voor de ander, zonder dat het ten koste gaat van mezelf. Het is niet altijd makkelijk. Soms stak het oude patroon nog de kop op. Dan voedel ik weer een soort afgunst. Zo van jij wel en waarom ik niet. Die angst om overgeslagen te worden. Maar nu hoeft niet meer mijn gedrag te bepalen. Ik kies ervoor om te delen. Om samen te werken. Om te geloven dat er genoeg is voor iedereen. En weet je? Het voelt zoveel lichter. Zoveel vrijer. Alsof ik eindelijk adem kan halen, zonder steeds om me heen te hoeven kijken. Dus nee, mijn collega’s zijn geen concurrenten. Ze zijn reisgenoten. Soms spiegels. Soms inspiratie. Soms irritatie, eerlijk is eerlijk. (En dan heb ik zelf mijn innerlijk werk te doen) Maar bovenal: mensen, net als ik. Met hun eigen angsten, verlangens en dromen. En toen ik dat zag, echt zag, viel er iets van me af. Dan hoef ik niet meer te vechten. Dan mag ik gewoon zijn. En dat is meer dan genoeg. Liefs Sonja
- Niet Normaal met Mabel en Sonja
Sonja & Mabel Aflevering 2 'Niet Normaal': Liegen, In je broek plassen & Spirituele Psychopaten In deze tweede aflevering van Niet Normaal duiken we in de ongemakkelijke waarheid over liegen (ook tegen jezelf), schaamtevolle plas verhalen en waarom mensen die nooit boos worden, misschien wel serieuze spirituele serial killers in de dop zijn. We praten over emoties die je liever niet op je Instagram zet, en hoe je vanuit een ogenschijnlijk ‘lage’ energië zo het energetisch veld in kan glijden, richting hoger bewustzijn, zonder er zweverig van te worden. Niet normaal. En precies daarom zo waardevol. Mabel en ik kennen elkaar al dertig jaar, we coachen elkaar. Zij komt bij mij en ik bij haar. En we zijn het ook vaak niet met elkaar eens, vandaag viel dat overigens wel mee. Sonja Elferink is de Beste Opsteller van Nederland en Mabel de Beste Coach van Nederland. Maar om dat te durven zeggen en om dat te worden, gaat niet zonder slag of stoot. Dat vraagt dagelijks om een grote investering. Elke dag een commitment aan wie je bent en aan wie je mag zijn zijn voor anderen. Wil je meer weten over Sonja Elferink kijk dan even op haar site www.spiritueelcoach.nl en wil je meer weten over Mabel? www.mabelvandendungen.nl/
- In niets ligt alles
Het is zo’n zin die blijft hangen. In niets ligt alles. Klinkt als een zen-koan, hè? Zo’n raadsel waar je hoofd geen vat op krijgt. En toch. Vanmorgen, midden in JAZZ, (traject wat ik aanbied, Je Authentieke Zelf Zijn) voelde ik het ineens weer. Niet als een gedachte, maar als een soort leegte die tegelijk vol was. Alsof ik op het randje stond van een klif, en alles wat ik dacht te zijn, langzaam van me afgleed. We zijn zo gewend om te vullen. Met verhalen, verklaringen, plannen voor morgen. Met het idee dat we iemand moeten zijn. Dat we iets moeten betekenen. Dat er een reden moet zijn voor ons bestaan, voor onze pijn, voor ons zoeken. Want stel je voor dat je niets bent. Dat er geen verhaal meer is om je aan vast te houden. Geen identiteit om te verdedigen. Geen houvast, geen zekerheid. Alleen maar ruimte. Stilte. Dat was spannend. Tenminste, voor mij wel. Jarenlang probeerde ik te zijn zoals het hoorde. Mezelf op te poetsen tot een versie die misschien wél goed genoeg was. Maar vanbinnen bleef het knagen. Wie ben ik eigenlijk, als ik niets meer hoef te zijn? Wat blijft er over als ik niet meer vecht, niet meer bewijs, niet meer red? Precies daar, in dat niets, gebeurt er iets geks. Niet jij valt weg, maar het idee van jou. De constructie, het verhaal, het overlevingsmechanisme. Wat overblijft lijkt leeg. Maar als je durft te blijven, als je niet meteen weer opvult met oude patronen, dan gebeurt er iets wonderlijks. Die leegte ademt leven. Ruimte. Stilte. Een soort bodem die niet vraagt om iets te worden, maar die alles al draagt. Ik weet nog dat ik dacht: als ik alles loslaat, val ik uit elkaar. Maar dat gebeurde niet. Sterker nog, ik viel niet uit elkaar. Ik viel samen. Met mezelf. Met het leven. Er ontbrak niets. En ja, het is spannend. Het vraagt moed om niet meteen te grijpen naar het oude verhaal. Om te blijven in het niet-weten. Om te voelen wat er opkomt als je niets meer hoeft te verdedigen. Maar precies daar, in die ruimte, komt er iets terug wat je misschien al heel lang kwijt was. Rust. Vertrouwen. Een soort thuiskomen, zonder adres, hahaha! Misschien herken je het. Dat verlangen om eindelijk niet meer te hoeven vechten. Niet meer te hoeven voldoen. Om gewoon te zijn, zonder dat je iets hoeft te bewijzen. En misschien ben je bang dat er dan niets overblijft. Maar wat als dat niets precies is waar alles in ligt? Wat als je daar pas echt jezelf vindt? Zink erin. Laat het oude verhaal los, al is het maar voor even. Voel de ruimte die ontstaat als je niet meer hoeft te weten wie je bent. En ontdek: er ontbreekt niets. Nooit gedaan ook. Dat is de paradox van thuiskomen bij jezelf. Niet door iets toe te voegen, maar door alles wat niet van jou is, te laten gaan. En te rusten in wat overblijft. Leeg. En tegelijk vol. Precies goed zoals het is. Niet perfect. Wel echt.
- 2 Jaar en - 30 kg later
Het begon eigenlijk niet met een getal op de weegschaal in de badkamer, maar met die andere weegschaal. Die in mijn hoofd. Elke dag opnieuw afwegen: ben ik goed genoeg? Ben ik te veel, te weinig, te aanwezig, te zacht, te hard? Altijd dat knagende gevoel: als ik maar dunner ben, val ik misschien minder op. Misschien houden ze dan meer van me. Misschien hou ik dan meer van mezelf. Ik was veertien. Veel te jong om te weten dat je niet te repareren bent. Dat er niets mis is met je lijf, alleen met wat je gelooft over jezelf. Maar dat wist ik toen nog niet. Dus toen begon het lijnen. Eten afwegen, gedachten afwegen, mezelf afwegen. En stiekem hopen dat het ooit genoeg zou zijn. Het werd een gewoonte. Allemaal onbewuste patronen. Een manier om niet te voelen wat eronder lag. Want zolang ik bezig was met calorieën, hoefde ik niet te voelen dat ik me leeg voelde. Of alleen. Of niet gezien. Als je me vraagt welk dieet ik niet heb gedaan zou ik het antwoord niet weten. Zelfs een maagballon heb ik ooit laten plaatsen. ( Dat ding moest er weer uit na 8 maanden) En ja hoor, daar val je lekker mee af. Maar de werkelijke oorzaken los je niet op. Handig eigenlijk, zo’n lijf dat alles voor je opvangt. Tot het niet meer werkt. Jaren later kwam ik in aanraking met opstellingen. Laag voor laag mocht ik afpellen: bescherming, schaamte, verdriet. Ik ontdekte hoe ik loyaal was aan vrouwen uit mijn systeem, ook die vrouw die ik nooit gekend heb, maar wiens pijn ik droeg in mijn lichaam. Het werd zichtbaar. Pijnlijk. En helend. Langzaam zag ik in hoe het gewicht me ooit geholpen heeft. Hoe het me beschermde tegen afwijzing, geweld, tegen vrouwzijn, voelen, tegen mezelf. Maar ik merkte ook hoe het me nu gevangen hield. En ergens in mij klonk een stem: niet meer nodig. Dus begon ik los te laten. Niet in één keer en zeker niet zonder niet zonder strijd. Het ging met vallen en opstaan. Met huilen, met lachen, met terugvallen en weer opstaan. Totdat Mabel weer op mn pad kwam en intuitief wist ik dat zij me nog iets kon leren. Niet de zoveelste dieetgoeroe, maar iemand die luisterde naar wat mijn lijf nodig had. Niet naar wat mijn hoofd vond. Geen wilskracht, geen regels, geen verboden. Maar afstemming. Leren luisteren. Wat heb je nu nodig? Wat voelt kloppend? En ineens werd het niet meer zwaar. Letterlijk en figuurlijk. Twee jaar later en 30 kilo lichter. Maar vooral nog meer vrij. Niet alleen in mijn lijf, maar ook in mijn hoofd. In mijn leven. Alsof ik eindelijk ruimte mocht innemen. Niet omdat ik dunner was, maar omdat ik mezelf niet meer hoefde te verstoppen. Ik weet hoe het voelt. Hoe diep het zit. Hoe het niet over eten gaat, maar over alles wat je niet wilt voelen en wil compenseren. Over alles wat je draagt voor een ander. Over alles wat je niet van jezelf mag zijn. Overgewicht is een symptoom van iets anders. Daarom begeleid ik binnenkort opstellingen rondom gewicht. Niet om je te fixen of te helen. Niet om je te laten afvallen. Maar om samen te kijken naar de laag eronder. Wat wil er gezien worden? Wat mag je loslaten? Wat mag je eindelijk aannemen als van jou? Als jij voelt dat het tijd is om niet langer te vechten met jezelf, maar te luisteren naar wat je lijf je wil vertellen, ben je welkom. Het gaat niet om die dertig kilo, maar om thuiskomen in jezelf. Zoals je nu bent. Niet pas als het beter voelt, niet als het lijf voldoet aan een plaatje, maar nu al, met alles wat er is. Omdat je niets hoeft te worden. Omdat je al goed bent. Altijd al geweest.
- Ontdek hoe Erbij Blijven het verschil maakt als pijn te groot voelt
Soms voelt het leven gewoon te veel. Je kent het vast wel: je probeert je groot te houden, je glimlacht terwijl het vanbinnen giert door je lijf. Je wilt niet lastig zijn. Niet te veel. Niet te intens. Dus slik je je tranen in, zet je je schouders eronder en hoop je dat niemand ziet wat er echt speelt. En als iemand vraagt hoe het met je gaat, zeg je: prima. Of goed hoor. Terwijl je eigenlijk niet weet hoe je jezelf nog overeind moet houden. Erbij blijven, het klinkt zo simpel. Maar als je het niet geleerd hebt, voelt het als een onmogelijke opgave. In deze blog neem ik je mee in wat er gebeurt als je je pijn niet kunt dragen, waarom het zo lastig is om dat te veranderen, en hoe de kracht van erbij blijven, voor jezelf én voor een ander, het verschil kan maken. Niet als trucje, maar als een diepgaande beweging naar heling en verbinding. Waarom pijn dragen zo moeilijk kan zijn. Als kind leerde ik al snel dat pijn lastig was. Te veel. Te groot. Te intens. Mijn vader kon niet goed tegen huilen. Hou op met dat gejank, riep hij dan. Anders krijg je een tik. Dan weet je tenminste waarom je jankt. Mijn moeder werd ongemakkelijk als ik bang was. Stel je niet zo aan. Dus trok ik me terug. Ik werd stil. Onzichtbaar in mijn verdriet. Ik leerde mijn tranen wegslikken, mijn angst verstoppen achter een glimlach. En met mij ging het wel goed. Echt waar. Misschien herken je het. Dat gevoel dat je niet te veel mag zijn. Dat je je emoties moet temperen, omdat ze anders onhandig zijn voor de mensen om je heen. Je leert jezelf te beheersen. Je wordt er goed in. Maar ergens onderweg raak je iets kwijt. Je vermogen om te voelen. Om te huilen als het pijn doet. Om te zeggen: ik weet het even niet meer. En dan gebeurt het. Je loopt vast. In je relatie, op je werk, met jezelf. Je merkt dat je niet meer bij je gevoel kunt komen. Dat je je afsluit, zelfs als je het niet wilt. Je voelt je alleen, zelfs als er mensen om je heen zijn. Je raakt verder van jezelf verwijderd. En met jou gaat het prima. Toch? Wat gebeurt er als je je pijn niet kunt dragen? Als je niet hebt geleerd om bij je pijn te blijven, gebeurt er iets geks. Je lichaam slaat het op. Je hoofd probeert het te begrijpen, te verklaren, er grip op te krijgen. Maar je gevoel blijft achter. Je wordt moe. Leeg. Je voelt je gespannen, zonder duidelijke reden. Je gaat pleasen, aanpassen, controleren. Alles om maar niet te hoeven voelen wat er onder zit. Je merkt het in je relaties. Je kunt niet echt dichtbij komen, want wat als de ander je pijn ziet? Je houdt afstand, of je klampt je juist vast. Je zoekt bevestiging, maar het lijkt nooit genoeg. Je raakt verstrikt in patronen die je niet kunt doorbreken. Je leeft niet je eigen leven, maar dat van je ouders, je voorouders, je partner. Je vervloeit en verstrikt als het ware. Je lijf begint te protesteren. Onrust, pijn, ziekte, burn-out. En met jou gaat het goed hoor. Misschien heb je het niet eens door. Je denkt: zo ben ik nu eenmaal. Maar toch, ergens wringt het. Je voelt dat er iets niet klopt. Dat je niet echt leeft, maar overleeft. Dat je jezelf kwijt bent geraakt, ergens onderweg. Waarom het zo lastig is om te veranderen Je hebt misschien al van alles geprobeerd. Boeken gelezen. Cursussen gevolgd. Meditatie, yoga, therapie. Je weet precies wat je zou moeten doen. Maar het lukt niet. Je blijft in hetzelfde rondje draaien. Waarom is het zo moeilijk om echt te veranderen? Omdat je systeem gewend is geraakt aan overleven. Je hebt geleerd om pijn te vermijden, omdat het vroeger te veel was. Je was te klein om het alleen te dragen. Dus sloot je je af. Je beschermde jezelf. En dat was nodig. Je hebt het overleefd. Maar nu je volwassen bent, werkt die strategie niet meer. Je wilt voelen, maar je lijf zegt: niet doen. Te gevaarlijk. Te pijnlijk. En dan komt het. Je probeert jezelf te forceren. Je wilt het oplossen, helen, weghalen. Maar dat werkt niet. Je kunt jezelf niet dwingen om te voelen wat je jarenlang hebt weggestopt. Je kunt jezelf niet forceren om erbij te blijven, als je nooit hebt geleerd hoe dat moet. De valkuil van oplossingen zoeken. We zijn zo gewend om problemen op te lossen. Om te zoeken naar een antwoord, een methode, een trucje. Maar sommige dingen kun je niet oplossen. Pijn vraagt niet om een oplossing, maar om aanwezigheid. Om erbij blijven. Ik weet nog goed hoe ik mezelf jarenlang probeerde te verbeteren. Nog een opleiding, nog een methode, nog een stapje verder. Ik dacht: als ik het maar snap, dan kan ik het veranderen. Maar het werkte niet. Ik bleef in hetzelfde rondje draaien. Tot ik ontdekte dat het niet ging om begrijpen, maar om voelen. Om erbij blijven, juist als het pijn doet. Wat gebeurt er als je blijft vermijden? Als je niet leert om bij je pijn te blijven, ontstaan er allerlei problemen bovenop de eerste pijn. Je raakt verstrikt in patronen van aanpassen, pleasen, controleren. Je relaties worden oppervlakkig, omdat je niet echt durft te laten zien wat er in je leeft. Je voelt je alleen, zelfs als je omringd bent door mensen. Je lijf gaat signalen geven. Onrust, spanning, pijn. Soms word je ziek, zonder duidelijke oorzaak. En het stopt niet bij jou. Je kinderen nemen het onbewust mee. Ze voelen jouw onrust, jouw spanning, jouw onvermogen om bij pijn te blijven. Het systeem herhaalt zich, generatie op generatie. Wat niet gezien wordt, blijft zich herhalen. Tot iemand het aandurft om erbij te blijven. Erbij blijven: hoe doe je dat? Erbij blijven klinkt simpel, maar het vraagt moed. Moed om te voelen wat je jarenlang hebt weggestopt. Moed om te blijven zitten, juist als het ongemakkelijk wordt. Moed om niet meteen te willen fixen, oplossen, wegmaken. Het begint met jezelf toestaan om te voelen. Om te erkennen dat het pijn doet. Dat je het even niet weet. Dat je het als kind niet alleen kon dragen. En dat hoeft ook niet. Want soms heb je iemand anders nodig. Iemand die niet schrikt van jouw donkerte. Die niet wegloopt als het moeilijk wordt. Die naast je blijft zitten, met zachte ogen en een open hart. Niet om het op te lossen, maar om de ruimte te zijn waarin jouw verdriet kan opkomen en weer verdwijnen. Om erbij te blijven en niet om het te willen veranderen. Dat is heling. Niet in wat er gezegd wordt, maar in het feit dat je niet meer alleen bent. Dat je je als het ware gedragen voelt, juist als je het gevoel hebt het zelf niet te kunnen. Kun je erbij blijven? Bij de pijn van een ander? Het vraagt ook iets als je naast iemand zit die pijn heeft. Je eerste neiging is vaak om te helpen, te troosten, een oplossing te bieden. Maar dat is niet wat nodig is. Het is vaak genoeg om er gewoon te zijn. Om niet te schrikken van het verdriet, de angst, de boosheid van de ander. Om erbij te blijven en het te kunnen verdragen zonder oordeel, zonder haast. Het is niet makkelijk. Je eigen ongemak komt omhoog. Je wilt iets doen, iets zeggen, het lichter maken. Maar echte verbinding ontstaat als je durft te blijven zitten. Als je het kan verdragen, ook als het zwaar voelt. Als je je eigen gevoel van machteloosheid aanneemt en ruimte geeft aan wat er is. Dat is misschien wel het mooiste wat je kunt geven. Aan jezelf, aan een ander, aan de wereld. Aanwezigheid. Erbij blijven, juist als het moeilijk is. De kracht van systemisch werk: thuiskomen bij jezelf In systemisch werk leer je om erbij te blijven. Niet door te analyseren of te verklaren, maar door te voelen wat er is. Je leert zien wat niet van jou is, doorvoelen wat er is en thuiskomen bij wat wél klopt. Je leert dat je niet alles alleen hoeft te dragen. Dat je gedragen wordt door het systeem, door het leven zelf. Het vraagt oefening. Geduld. Compassie. Maar het is mogelijk. Je kunt leren om bij jezelf te blijven, ook als het pijn doet. Je kunt leren om bij een ander te blijven, ook als je het niet kunt oplossen. Je hoeft niet perfect te zijn. Je hoeft alleen maar aanwezig te zijn. Wat levert erbij blijven op ? Als je leert om erbij te blijven, verandert er iets fundamenteels. Je voelt je minder alleen. Je hoeft jezelf niet meer te verstoppen of aan te passen. Je relaties worden echter, omdat je jezelf laat zien. Je lijf ontspant, omdat je niet meer hoeft te vechten tegen wat er is. Je voelt meer rust, meer vrijheid, meer verbinding. Je hoeft jezelf niet meer te verbeteren. Je hoeft niet te worden wie je denkt dat je moet zijn. Je bent wie je bent, met alles wat daarbij hoort. Ook met je pijn, je angst, je verdriet. Je bent al goed genoeg. En als bonus: je kinderen, je partner, de mensen om je heen voelen het verschil. Ze hoeven jouw pijn niet meer te dragen. Ze mogen hun eigen weg gaan. Het systeem komt tot rust. Erbij blijven: de uitnodiging Misschien voel je nu een ja. Of misschien juist weerstand. Dat is allebei oké. Erbij blijven is geen trucje, geen quick fix. Het is een proces. Een beweging naar binnen. Een uitnodiging om te voelen wat er is, zonder oordeel, zonder haast. Wil je leren hoe je erbij kunt blijven? Voor jezelf, voor een ander, voor het leven zelf? In mijn opleiding Systemisch Werk leer je precies dat. Niet vanuit methodes, maar vanuit afstemming en belichaming. Je leert werken met het veld, je eigen plek innemen, en thuiskomen bij jezelf.
- Het verschil tussen gevoel en intuïtie
Het duurde even voordat ik het verschil echt kon voelen. Gevoel en intuïtie, twee woorden die ik jarenlang door elkaar haalde. Of eigenlijk, ik dacht dat alles wat ik voelde, waar was. Dat als mijn buik samentrok, of mijn hart op hol sloeg, dat dat dan mijn waarheid was. Dat ik daarnaar moest luisteren. Tot ik merkte dat mijn gevoel me soms alle kanten op slingerde. De ene dag was ik vol vuur en enthousiasme, de volgende dag twijfelde ik aan alles. Dan weer dacht ik, ja, dit moet ik doen, om een uur later te denken, nee, toch niet. Herkenbaar? Gevoel is vaak luid. Het trekt aan je. Het wil iets, of juist niet. Het is gekleurd door alles wat je hebt meegemaakt, herinneringen, oude pijn, verlangens, angsten. Soms is het net een kind dat zijn zin wil, of een stemmetje dat zegt, pas op, straks gaat het mis. Intuïtie is anders. Stil, helder. Een weten. Geen drama, geen verhalen, geen mitsen en maren. Het is een weten dat zomaar opkomt, zonder uitleg. Alsof er diep van binnen iets zegt, dit klopt. Punt. Het verschil is subtiel, maar voelbaar, als je erin oefent. Gevoel zegt, ik wil dit wel of niet, want… Intuïtie zegt, dit klopt. Gevoel kan twijfelen, intuïtie niet. Gevoel neemt je mee in verhalen, in het hoofd, in het lijf. Intuïtie is woordeloos, helder, soms zo simpel dat je het bijna mist. En het gekke is, je herkent intuïtie vaak pas achteraf. Dat je denkt, ik wist het eigenlijk al, maar ik luisterde niet. Of ik dacht, dat kan toch niet zo eenvoudig zijn? In het begeleiden van anderen, zeker als je werkt met opstellingen, is dit verschil essentieel. Want als je werkt vanuit alleen gevoel, neem je je eigen verhalen mee het veld in. Je raakt verstrikt in wat van jou is en wat van de ander. Je reageert vanuit oude patronen, uit loyaliteit, uit angst om niet goed genoeg te zijn. En dat voelt de cliënt. Altijd. Maar als je leert te zakken in jezelf, voorbij het lawaai van gevoel, en je durft te wachten tot het stil wordt vanbinnen, dan kan intuïtie opkomen. Dan voel je, dit klopt. Dan hoef je niks te bewijzen, niks te fixen, niks te spelen. Je bent er, en dat is genoeg. Het vraagt oefening, geduld, en vooral, bereidheid om jezelf te ontmoeten, precies waar je bent. Met al je gevoelens, je twijfels, je verhalen. En dan, op een dag, is er ineens die stille helderheid. Dat innerlijk weten. En je voelt, nu klopt het. Dat is waar het om draait in echt begeleiderschap. Niet weten hoe het moet, maar weten wie je bent, en durven vertrouwen op die stille stem vanbinnen. Want die weet de weg. Altijd.
- Zelfonderzoek
Zelfonderzoek. Het klinkt zo vriendelijk. Alsof je met een kopje kruidenthee in de hand, in lotushouding op een meditatiekussen, zachtjes naar binnen keert. Misschien nog een geurkaarsje erbij. Of een zentuintje op tafel. Maar eerlijk? Dat is niet hoe het voor mij voelde. Niet toen ik écht begon te kijken. Niet toen ik mezelf eindelijk niet meer spaarde. Zelfonderzoek, zoals ik het heb geleerd van Hans Laurentius is allesbehalve gezellig. Het is geen spiritueel verantwoorde hobby. Het is geen vredesmeditatie, geen verzameling wijze spreuken voor aan de muur. Het is geen pleister op de wond. Het is eerder het tegenovergestelde. Het is schuren, schrapen, hakken, fileren. Laag voor laag. Tot het pijn doet. Tot je niet meer weet wie je eigenlijk bent zonder al die verhalen, aannames, maskers. En ja, soms bloedt het. Letterlijk niet, maar wel vanbinnen. Want alles wat niet waar is, alles wat je ooit bent gaan geloven over jezelf, moet eraan geloven. Weg ermee. Klaar met die onzin. Weg met de sussende stemmetjes in je hoofd die zeggen dat het allemaal wel meevalt. Het is een oproep om de waarheid onder ogen te zien, zonder te verbloemen. Geen spiritueel gelul om te vermijden wat pijn doet. Geen “alles heeft een reden” als de wond nog bloedt. Wat overblijft? Rommel. Echt, het is een puinhoop. Want als je de onderste steen omkeert, komt er van alles boven wat je liever niet wilde zien. Al die overtuigingen die je jarenlang hebt gekoesterd. Al die patronen die je zo goed hebt leren verstoppen. De pijn die je hebt weggedrukt omdat je dacht dat je het niet aankon. En met mij ging het prima. Dacht ik. Zelfonderzoek is niet cosmetisch. (Alhoewel ik me nu veel jonger voel hahaha) Het verfraait niks. Het legt bloot. Het haalt boven water wat je liever onder het tapijt had geveegd. Het is een innerlijke revolutie. Alles wat niet klopt, wordt afgebroken. Veiligheden worden omvergehaald. Sociaal-maatschappelijke vanzelfsprekendheden verpulverd. En ja, het kan eenzaam voelen. Want wie snapt je nog, als je niet meer meedoet met de oude spelletjes? Wie blijft er over, als jij niet meer de rol speelt die je altijd speelde? Ontwaken is niet hetzelfde als je droom een beetje aanpassen. Het is niet een likje verf over de scheuren. Het is de boel afbreken. Tot op het bot. Tot je niet anders meer kunt dan zien wat er echt is. En dat is niet altijd mooi. Maar wel echt. Wie echt wil weten, breekt af. Werpt omver. Rebelleert. Niet tegen de wereld, maar tegen alles in jezelf wat niet waar is. Wat niet kloppend is. Het oude sterft af. En soms, als je geluk hebt, ontstaat er uit die as iets nieuws. Iets wat klopt. Iets wat niet meer afhankelijk is van goedkeuring, van controle, van aanpassen of wegcijferen. Dat is wat ik heb geleerd. En ja, het is spannend. Het is confronterend. Het is kwetsbaar. Maar het is ook de enige weg naar echt thuiskomen bij jezelf. Niet door te verzamelen, te integreren, te verbeteren. Maar door af te gooien wat niet van jou is. Door te laten gaan wat je niet langer dient. En te blijven bij wat overblijft, hoe eng, kaal en naakt dat soms ook voelt. Dus als je denkt dat zelfonderzoek een feelgood feestje is, think again. Het is de moed om alles onder ogen te zien. De bereidheid om alles wat niet klopt, achter te laten. En steeds opnieuw te kiezen voor waarheid. Voor jezelf. Voor echt leven. Niet perfect. Wel echt.












