Codependency en verstrikking
- Sonja Elferink

- 3 jul
- 3 minuten om te lezen
Ik raak mezelf kwijt in jou
Ik luisterde naar Gabor Maté in een online training. Hij heeft het vaak over codependency.
Over verslaving. Over trauma. Over patronen die je niet zomaar even oplost.
En terwijl ik luisterde dacht ik: ja, dit ken ik. Alleen gebruik ik er andere woorden voor.
In mijn werk noem ik het eerder een verstrikking. En vanbinnen voelt het vaak als onmacht, ook over je eigen gedrag. Dat je zo met de ander bezig bent, dat je jezelf kwijtraakt.
Deze beweging ken ik zelf ook heel goed. Dat je voelt hoe de ander erbij zit.
Dat je spanning oppikt voordat er iets gezegd is.
Dat je bijna vanzelf gaat zorgen, afstemmen, verzachten of meebewegen.
En ineens ben je weg bij jezelf.
Dan lijkt het alsof de ander iets met jou doet. Zijn onrust wordt jouw onrust. Zijn stemming trekt jou mee.
Zijn gedrag raakt iets ouds in jou aan.
En dan kun je zomaar denken: door jou val ik terug. Door jou raak ik uit balans. Door jou kom ik niet bij mezelf. Maar ja. Zo eerlijk moet je dan ook durven zijn. De ander is niet de oorzaak.
De ander raakt iets aan wat al in jou zit. Niet leuk om te zien. Wel waar.
Want zolang de ander de oorzaak is, blijf je aan die ander vastzitten.
Dan wordt het: als jij maar stopt, dan kan ik ook stoppen.
Als jij rustiger wordt, dan kan ik ontspannen.
Als jij verandert, dan word ik vrij. Maar dan ligt je vrijheid nog steeds bij de ander.
En dat is precies de verstrikking.
Ik ken dat stuk van willen helpen ook. Je ziet wat er gebeurt. Je voelt waar het misgaat.
Je denkt: als jij nou maar eens ziet wat ik zie, dan komt het goed.
En dan word je de betweter en arrogant ook.
Maar helpen is dan helemaal niet zo vrijblijvend en liefdevol.
Soms is helpen een manier om niet te voelen hoe machteloos je bent.
Soms is zorgen een manier om bij jezelf weg te blijven.
Soms is redden de stille hoop dat er ooit ook iemand jou komt redden.
Dat zeg ik niet als oordeel. Ik zeg het omdat ik weet hoe diep zoiets kan zitten.
Codependency klinkt als een ingewikkeld woord.
Maar voor mij gaat het hierover: ik ben zo met jou bezig, dat ik mezelf verlaat.
En dan begint het werk dus niet bij de ander. Het begint bij mij.
Wat gebeurt er in mij waardoor ik zo makkelijk uit mezelf vertrek?
Bij wie moest ik opletten om veilig te zijn?
Waar voelde loskomen als verraad?
Waar ben ik liefde gaan verwarren met meedragen?
Want liefde is iets anders dan verstrikking. Liefde laat ruimte. Verstrikking verkrampt.
Liefde zegt: jij hebt jouw weg. Ik heb de mijne. Verstrikking zegt: als jij valt, val ik ook. Ik ben loyaal.
En daar zit de beweging. Niet meer meegaan. Niet omdat je hard bent. Niet omdat je afstand neemt of je
afsluit. Niet omdat je de ander laat barsten. Maar omdat je eindelijk bij jezelf blijft.
Jij hebt jouw onrust. Ik heb mijn lichaam. Jij hebt jouw keuzes. Ik heb mijn grens.
Jij hebt jouw patroon. Ik hoef niet mee.
Dat klinkt simpel. Maar als je gewend bent jezelf kwijt te raken in de ander, is dit groots.
Want bij jezelf blijven terwijl de ander zichzelf verlaat, kan voelen alsof je die ander in de steek laat.
Maar misschien is het precies andersom. Je laat de ander niet in de steek. Je stopt met jezelf verlaten.
En daar begint vrijheid.





Opmerkingen