
Zonder dood geen leven
- Sonja Elferink

- 1 jun
- 4 minuten om te lezen
Afgelopen weekend hadden we het in de opleiding systemisch werk en familieopstellingen over verlies. Over dood en leven. We hadden daar eerst gesprekken over met elkaar. Want iedereen kent verlies. Iedereen verliest iemand of iets in het leven. Ja, zo:
Iedereen ervaart verlies in het leven. Iemand die sterft. Je jeugd. Een fase van je kind die voorbij is. Een beeld van jezelf. Een relatie. Een vriendschap. Een plek waar je ooit thuishoorde. Een lichaam dat verandert. Een zekerheid waarvan je dacht dat die bleef.
En ondertussen sterven er ook elke dag cellen in je lijf. Gelukkig worden er ook weer nieuwe gemaakt. Zo gaat dat. Dood en leven horen bij elkaar.
Dat weten we allemaal wel. Zeker de deelnemers in de opleiding. Die begrijpen best dat de dood bij het leven hoort.
Alleen daar gaat een opstelling niet over.
Een opstelling gaat over voelen.
Voel maar.
Voel de dood maar.
En dan gebeurt er iets. Dan komt er tevoorschijn wat je met je hoofd allang dacht te weten, maar wat je lijf nog helemaal niet had aangenomen.
De dood gaat ook over niet weten.
Over de leegte.
Over dat punt waarop je hoofd geen antwoord meer heeft. Waar je niks meer kunt oplossen, verklaren of vasthouden. Waar je alleen nog kunt zakken in wat er is.
En juist die leegte is niet leeg op de manier waarop we vaak denken. Daar zit ook potentie in. Daar kan iets nieuws ontstaan. Daar kan iets zichtbaar worden wat je met je hoofd nooit had kunnen bedenken.
Dat is ook zo belangrijk als begeleider van opstellingen.
Durf je het niet te weten?
Durf je te wachten?
Durf je niet meteen iets te doen, iets te zeggen, iets te sturen?
Durf je te leunen in de leegte en te vertrouwen dat het veld laat zien wat gezien wil worden?
Want juist daar gebeurt vaak het echte werk. Op het moment dat jij je als begeleider overgeeft. Als je stopt met trekken. Stopt met willen begrijpen. Stopt met het kloppend willen maken.
Dan kan de beweging komen.
Vanuit de leegte.
Vanuit het niet weten.
Vanuit het leven zelf.
Soms zie je in een opstelling dat iemand nog vastzit aan verlies in het familiesysteem. Aan vrouwen die miskramen hebben gehad. Aan kinderen die dood geboren zijn. Aan moeders die stierven in het kraambed. Aan iemand die zijn vrouw verloor. Of haar man. Aan een kind dat veel te jong zijn vader of moeder moest missen.
Of je partner die ziek wordt en niet meer beter. Dan verlies je de oude vorm van degene die je lief hebt.
Dat komt dan in beeld.
En vaak zie je ook hoe er vroeger met verdriet werd omgegaan.
Nou is het wel klaar met dat gejank.
Hup, en door.
Het leven gaat verder.
En ja, het leven gaat ook verder. Natuurlijk. De kinderen moeten eten. Er moet gewerkt worden. De was moet gedaan. De dag gaat gewoon door.
Alleen iets kan wel doorgaan terwijl jij vanbinnen bent blijven staan.
Dan is het verdriet nooit echt gevoeld. Dan is de dood nooit echt aangenomen. Dan is er iets in jou dat nog steeds zegt: dit mag niet waar zijn.
En dat kost je je energie.
Want dan ben je niet vrij aan het leven. Dan ben je aan het overleven. Je duwt gevoel weg. Je houdt je groot. Je draagt misschien verdriet dat niet eens van jou is. Je blijft loyaal aan pijn die al generaties meegaat.
In een opstelling wordt dat zichtbaar.
De tranen die nooit gehuild zijn. De woede die nergens heen kon. De liefde die vast is blijven zitten. De schuld omdat jij leeft en de ander niet. De angst om echt te voelen wat dood betekent.
En toch is de dood het enige waar we zeker van zijn.
Je kunt van alles willen regelen. Je geld, je werk, je relatie, je lijf, je toekomst. Maar uiteindelijk weet je één ding zeker.
Je gaat dood.
Ik ook.
Iedereen.
Dat klinkt misschien hard, maar het is gewoon zo.
En als je dat niet aan kunt nemen, voluit mag voelen, ga je meestal ook niet voluit leven. Dan blijf je voorzichtig. Ingehouden. Alsof je ergens wacht tot het veilig genoeg is om echt te leven.
Maar dat moment komt niet.
Het leven is nu.
Met gevoel van verlies. Met de dood. Met liefde. Met alles wat komt en gaat.
All-inclusive.
Soms hoor ik mensen zeggen: ik weet niet wat ik met mijn leven moet.
Dan denk ik: jij hoeft helemaal niks met het leven.
Je bent het leven zelf.
Dus misschien is de vraag meer: wat moet je nog met jezelf?
En ook daar hoeft niet meteen een groot antwoord op te komen.
Misschien is het genoeg om hier te zijn. Om te ademen. Om te voelen wat er gevoeld wil worden. Om te stoppen met weglopen voor de dood, voor verlies, voor pijn, voor liefde.
Want als de emoties die met de dood te maken hebben aangenomen worden, komt er ook leven vrij.
Dan hoef je niet meer vast te blijven zitten aan het verdriet van je moeder. Of aan de pijn van je oma. Of aan de kinderen die nooit genoemd werden. Of aan de geliefden die verdwenen, terwijl iedereen deed alsof het leven gewoon doorging.
Dan mag jij leven.
Gewoon leven.
Niet bijzonder.
Niet groots en halleluja
Gewoon.
Ik ben. Met alles.



Opmerkingen