Projectie: Waarom je anderen op een voetstuk zet wanneer je jezelf klein maakt
- Sonja Elferink

- 1 dec 2025
- 6 minuten om te lezen
Zie je bij anderen iets waar je weerstand tegen voelt? Irritatie misschien, of zelfs afkeer? Dan is de kans groot dat je in projectie zit.
En dat is precies wat mij overkwam toen ik bij Amma was. Die enorme weerstand tegen al die devote mensen die haar vereerden... Terwijl ik ondertussen niet doorhad dat ik zélf precies hetzelfde deed. In deze blog neem ik je mee in wat projectie eigenlijk is, waarom je het niet zomaar oplost, en hoe je erdoorheen kunt komen.
Vorige week maandag stond ik met een vriendin om 7 uur 's ochtends in de rij in Rijswijk. Voor Amma. Mata Amritananda Mayi Devi, een Indiaas spiritueel leider die miljoenen mensen heeft omhelsd. Ze heeft zich haar hele leven ingezet voor het verlichten van pijn en lijden, en heeft een wereldwijd netwerk van humanitaire organisaties opgezet. Embracing the World heet dat. We wilden de darshan meemaken. Dat moment waarop ze je omhelst en je haar zegening ontvangt. Duizenden mensen komen daarvoor. Het was twee dagen maar ik zei al ik blijf maar één dag. Want ik voelde weerstand. Flinke weerstand zelfs.
Wat gebeurt er als je in projectie zit? Projectie is dat je iets in een ander ziet wat eigenlijk van jou is. Maar je herkent het niet als van jou. Je wijst het af. Keurt het af. Of juist het tegenovergestelde: je bewondert het enorm, zet die ander op een voetstuk, terwijl je jezelf klein maakt. Bij Amma zag ik al die mensen chanten, zingen, vol adoratie naar haar kijken. En ik dacht: doe effe normaal. Zo'n verering, die aanbidding... Dat zou ik nooit doen. Ik zet toch niemand op een voetstuk? Maar ondertussen maakte ik mezelf al járen klein. Dat had ik drie weken daarvoor nog gezien. Hoe pijnlijk dat was. Maar wat ik niet doorhad, was dat ik tegelijkertijd anderen op dat voetstuk zette. Want als jij jezelf klein maakt, moet die ander wel groter zijn. Dat is projectie. Je ziet het niet maar je voelt het wel. Die weerstand. Die irritatie. Die afkeer. Of juist die enorme bewondering waarbij je jezelf wegcijfert. En ondertussen loop je vast. Je kunt jezelf niet zijn. Je durft niet op te staan voor jezelf. Je blijft in patronen hangen waarin je jezelf ondergeschikt maakt aan wat een ander vindt, denkt of doet. Of juist het tegenovergestelde. Dat is wat ik onbewust nog deed.
Mijn vriendin kende iemand die vrijwillergerswerk deed bij Amma. En sprak over haar, tenminste zoals ik het begreep, dat al het nare kon keren door Amma. En ik moest daar zo nodig wat van zeggen, mezelf bewijzen eigenlijk.
Waarom het zo lastig is om van projectie af te komen. Je zou denken: als je doorhebt dat je projecteert, ben je er toch vanaf? Maar nee. Want projectie zit diep. Het is een overlevingsmechanisme. Een manier om jezelf te beschermen tegen iets wat je niet wilt voelen. In mijn geval: de pijn van mezelf klein maken. Die had ik gezien, maar niet volledig gevoeld. En dus bleef het patroon bestaan. Ik zag het in de buitenwereld, bij die devote mensen, maar niet in mezelf. En dat terwijl ik helemaal niet weet of ze zichzelf klein maken...
Er zijn natuurlijk manieren om aan jezelf te werken. Je kunt erover nadenken, het analyseren, begrijpen waar het vandaan komt. Maar dat werkt vaak niet. Want projectie is geen rationeel proces. Het is emotioneel. Het zit in je lijf. In je gevoel. En zolang je dat niet doorvoelt, blijft het terugkomen. Alleen doorzien, doorvoelen. Je hoeft dan niet aan jezelf te werken. Je bent al goed genoeg, ook mét je projectie. Geeft niks.
En toen was ik aan de beurt voor de darshan. Na uren wachten. Het was kort, intens, mooi. En daarna gingen we rustig zitten. En toen gebeurde er iets. De rust daalde op me neer. Die overweldigende energie van al die mensen was ineens niet meer overweldigend. Er was kalmte.
We lieten ook onze Vedische horoscoop trekken. Naar aanleiding daarvan kregen we mooie gesprekken. En mijn vriendin zei op gegeven moment; je hoeft je niet te bewijzen. En ja hoor, daar was het. Die projectie. Ik zat er middenin. Ik zag ineens hoe ik mezelf klein maakte én die ander groot. En hoe dat twee kanten van dezelfde medaille waren. En om dat allemaal niet te hoeven voelen moest ik mezelf zo nodig bewijzen, het beter weten, een innerlijke arogantie. Als je projecteert, sluit je je hart, je deur. Je bent in dat moment ook weg bij jezelf en wat je voelt. Je bent bij die ander, bij je verhaal erover. Wie is er dan bij jou? Nou jij niet in ieder geval. En wat je onderdrukt laat de buitenwereld wel zien. Bij mij was dat de ander op een voetstuk zetten. Denken dat die ander beter, slimmer enz. is. . Ik had het gezien, maar niet aangenomen. Niet volledig gevoeld. En dus bleef ik het zien bij anderen. In hun verering. In hun aanbidding. En daar had ik weerstand tegen. Maar die weerstand was eigenlijk tegen mezelf. Tegen dat deel in mij dat mezelf wegcijfert. Dat mezelf niet de ruimte geeft. Dat niet durft te staan. En ook tegen de betweterige en arrogante delen. En wat gebeurt er als je dat niet oplost? Dan blijf je vastzetten in diezelfde patronen. Je blijft jezelf klein maken. Je blijft anderen groot maken. Je blijft weerstand voelen tegen dingen die eigenlijk van jou zijn. En je komt niet verder. Je blijft hangen in dezelfde pijn, dezelfde beperking, hetzelfde niet-jezelf-kunnen-zijn.
Tijdens de gezamenlijke meditatie met Amma stroomden dikke tranen over mijn wangen. (Ik zat er weer bij als een pandabeer met al die uitgelopen mascara hahaha.) Maar wat een bevrijding. Want dat is wat er gebeurt als je je weerstand doorvoelt. Als je niet meer wegloopt van dat ongemakkelijke gevoel. Als je het toelaat. Helemaal. Totaal. Dan zie je wat het is. Dan voel je waar het vandaan komt. En dan kan het jou loslaten. Een stuk ego lost op. De volgende dag gingen we toch maar weer. We ondergingen een Puja. Een ritueel om je ego af te werpen en Liefde te ervaren. Het duurde twee en half uur. Een leerling van Amma, een zeer humorvolle man afkomstig uit Japan, leidde het. Hij had een grondige opleiding gevolgd in Puja en Vedische astrologie. Het was uitgebreid, zorgvuldig, intens. En het was bijzonder. Heel bijzonder. Omdat het me nog dieper bracht in datverhaal doorzien. In dat doorvoelen van wat er was. Want dat is wat innerlijk werk doet. Het laat je zien wat je niet wilt zien. Het laat je voelen wat je niet wilt voelen. En juist daardoor kom je vrij. Juist daardoor kun je jezelf zijn. Zonder die ander groot te maken. Zonder jezelf klein te maken.
Onderzoek je weerstand, doorvoel wat er is.
Projectie los je niet op door erover na te denken. Je lost het op door het te voelen. Door te onderzoeken waar je weerstand vandaan komt. Door te kijken naar wat je afkeurt in een ander, en dan te vragen: waar keur ik dit in mezelf af? En dan blijf je daarbij. Juist als het pijnlijk is. Ook als je het niet wilt voelen. Want juist in dat doorvoelen zit de bevrijding. Innerlijk werk, een opstelling, of een goed gesprek met een vriendin, laat precies dat zien. Het maakt zichtbaar wat er speelt. Het laat je voelen waar het vastloopt. En het geeft je de ruimte om je over te geven aan het gevoel. Niet meer te onderdrukken. Om jezelf te zijn. Zonder projectie. Zonder jezelf klein te maken of die ander groot.
Het waren mooie dagen in Rijswijk. Bijzonder. En vooral confronterend. Maar dat is wat nodig is. Want pas als je jezelf helemaal toelaat, kun je vrij zijn. En al die devote mensen? Prachtig! Wat een liefde voelen ze. Nu kan ik het zien. Niet dat het devote iets voor mij is maar er is geen irritatie of iets dergelijks meer over hun.
Wil je weten waar jij projecteert? Waar jij jezelf klein maakt of anderen groot? Laten we het samen onderzoeken. Door innerlijk werk. Door een opstelling. Zodat jij kunt staan. Jezelf kunt zijn. Zonder die ander nodig te hebben om je goed of slecht te voelen.





Opmerkingen